varken, foto Pixabay

Nieuws

Geen aangepaste normen geurhinder veehouderij

Gepubliceerd op
29 september 2017

Omwonenden van veehouderijbedrijven ervaren soms geurhinder. Om hinder te beperken is de Wet geurhinder en veehouderij van kracht. Maar die wet geeft gemeenten veel vrijheid. Toch ziet staatssecretaris Sharon Dijksma geen aanleiding de normen aan te passen.

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) die sinds 2007 van kracht is biedt gemeenten binnen bepaalde ruimte de vrijheid zelf geurnormen vast stellen. Stelt een gemeente geen normen vast, dan gelden de standaardnormen uit de Wgv. In een advies aan de overheid, schrijft een werkgroep evaluatie geurregelgeving veehouderij dat de wet- en regelgeving meer dan nu, burgers moet beschermen tegen vermijdbare blootstelling aan geur. De wet biedt te veel vrijheid. Onder de huidige wet kan een bedrijf uitbreiden zonder dat na uitbreiding aan geldende geurnomen wordt voldaan, schrijft de werkgroep in een eindadvies van oktober 2016.

Standaardnormen

De werkgroep beschrijft de bevindingen na consultatie van diverse partijen en komt met aanbevelingen. Zo pleiten GGD, burgergroeperingen en milieufederaties voor scherpe landelijke standaardnormen om geurhinder te voorkomen. En die normen moeten op basis van uitgevoerd geurbelevingsonderzoek, beschikbare technieken en kosten periodiek geactualiseerd worden.

Maar lastig is dat er een groot verschil is tussen de geschatte kans op hinder en de ervaren hinder. Dat kan komen door onvolkomenheden in berekeningen van de geurverspreiding, de gebruikte emissiefactoren of door veranderingen in de acceptatie door omwonenden. Het is daarom moeilijk om algemeen geaccepteerde en wetenschappelijk onderbouwde geurnormen vast te stellen. Daarom zou aanvullend onderzoek naar de relatie tussen de berekende geurbelasting en ervaren hinder nodig zijn.

Passende normen op lokaal niveau

De werkgroep komt met aanbevelingen voor een samenhangend toetsingskader voor bouw- en milieuprocedures om geuroverlast voor de burger zoveel mogelijk te beperken. In juni reageerde staatssecretaris Sharon Dijksma via een Kamerbrief. Geurhinder is een lokaal probleem, stelt ze. Het is daarom zinvol passende normen te hanteren op lokaal niveau. De wet biedt gemeenten de ruimte om het gewenste lokale maatwerk te bieden. En omdat de verschillende hinderbelevingsonderzoeken, die al plaatsgevonden hebben, geen eenduidig beeld geven oven geurbelasting en hinderervaring, ziet ze geen aanleiding de normen aan te scherpen.

(Bron foto: Pixabay)