koeien in weiland, foto Shutterstock

Nieuws

Geen fosfaatemissie met evenwichtsbemesting

Gepubliceerd op
13 november 2019

Fosfaat is een onontbeerlijke meststof, maar overdaad schaadt. Bovendien bestaat het risico dat de wereldwijde fosfaatvoorraden uitgeput raken. Wagenings praktijkonderzoek geeft inzicht in mogelijkheden om fosfaat efficiënter te gebruiken.

Bron: KennisOnline

Door het meerjaarig onderzoek op proefvelden wordt steeds beter duidelijk hoeveel fosfaat nodig is om de bodem gezond te houden en de oogst optimaal. Dit helpt bij het ontwikkelen van overheidsbeleid, zo meldt KennisOnline magazine van Wageningen University in een artikel over fosfaatonderzoek.

“Als het fosfaat op is, slopen we desnoods een deel van de A1. Daar liggen tonnen fosfaat in de vorm van slakken die dienstdoen als fundering van snelwegen.” Onderzoeker Jantine van Middelkoop zegt het lachend, maar met een serieuze ondertoon. Want volgens haar is het van levensbelang om fosfaat efficiënt te gebruiken en het niet als afval weg te stoppen onder het asfalt.

Fosformijnen

Fosfor (P) is een element uit het periodiek systeem dat onontbeerlijk is voor groei en ontwikkeling van mensen, dieren en planten, zo legt Van Middelkoop uit. “Het zit in ons DNA, het is van belang voor de energiehuishouding van ons lichaam en de opbouw van botten is voor een groot deel afhankelijk van fosfor. Het is niet voor niks dat in moedermelk en in melk van koeien – wat natuurlijk ook moedermelk is – zoveel fosfor zit.”

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Miljoenen tonnen fosfor worden jaarlijks als kunstmest in de vorm van fosfaatverbindingen (P₂O₅) gebruikt om de wereldbevolking op peil te houden. Het probleem is dat de fosformijnen, waar het wordt gewonnen uit erts, uitgeput raken. Van Middelkoop: “Willen we de wereldbevolking blijven voeden dan moet fosfor voor 100% gerecycled worden. Iedere lekstroom van fosfor moet worden gedicht.”

Veldproeven

Een van die lekken zit in de landbouw, aldus Van Middelkoop. Boeren gebruikten eerder meer fosfaat dan strikt noodzakelijk was. Een deel spoelt weer uit en kwam zo via sloten en rivieren in zee terecht. De fosfor is hiermee niet verdwenen, maar zorgde wel voor problemen met waterkwaliteit. Een te hoge fosfaatconcentratie in oppervlaktewater leidt namelijk tot algenbloei, wat weer nadelig is voor vissen en andere levende organismen in het water. Het is dus van belang dat het fosfaat voor de productie van voedsel zo effectief mogelijk wordt ingezet, zodat er geen verliezen naar oppervlaktewater optreden.

In 1987 werd regelgeving aangepast om de overmaat aan fosfaat terug te dringen. Doel was om in 2015 evenwichtsbemesting te bereiken. Bij evenwichtsbemesting mag een boer net zoveel fosfaathoudende meststoffen gebruiken als hij aan de grond onttrekt in de vorm van de fosfor die in gemaaid en geweid gras is opgeslagen. In 1997 is Wageningen University & Research daarom met een langlopende veldproef gestart om de gevolgen van evenwichtsbemesting op de bodemvruchtbaarheid te onderzoeken. Uit eerdere studies zou blijken dat de bodemvruchtbaarheid mogelijk zou kunnen dalen bij evenwichtsbemesting. Boeren waren bang voor een lagere grasopbrengst en minder voedingsstoffen voor het vee, dat het gras als voedsel krijgt.

Evenwichtsbemesting

Van Middelkoop ‘beheert’ samen met haar collega Inge Regelink van Wageningen Environmental Research de proefvelden in het veenweidegebied rond Zegveld en op de jonge zeeklei nabij Lelystad. Samen doen ze onderzoek naar de fosfaathuishouding van deze graslanden en de veranderingen in grasopbrengst onder invloed van verschillende fosfaat-bemestingsregimes.

WUR-onderzoeker Jantine van Middelkoop legt uit hoe de proefvelden bijdragen aan kennis over wat fosfaat op lange termijn in de bodem doet. De proeflocaties zijn afgebakende stukken grasland van 20 bij 15 meter. Per perceeltje lopen er drie pinken op, dit zijn jonge koeien die nog niet gekalfd hebben en dus nog geen melk geven. Dat is een bewuste keuze. Melkkoeien moeten twee keer per dag van het land af om gemolken te worden. In de melk zit ook fosfaat. In de stal krijgen ze bovendien vaak nog krachtvoer en blijft er mest achter in de stal. Dat zouden allemaal extra meet- en analysepunten zijn. De pinken blijven gewoon op het land.

Er zijn drie bemestingsregimes; een evenwichtsbemesting, een overschotbemesting van 20kg fosfaat per hectare en een overschotbemesting van 40kg fosfaat per hectare. “We kijken wat de invloed is op de groei van gras en bodemdynamiek. Inge Regelink bestudeert ondergrondse processen, hoe het fosfaat zich beweegt in de bodem, welk deel vrijkomt voor de wortels en de factoren die daarvoor verantwoordelijk zijn. Mijn onderzoek richt zich voornamelijk op de veranderingen in grasopbrengsten in relatie tot bemesting met fosfaat.”

(Bron foto: Shutterstock)