Schelpen

Nieuws

Genetische monitoring en behoud van aquatische genetische bronnen

Gepubliceerd op
23 september 2020

Het Global Plan of Action voor aquatische genetische bronnen van de Wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties (FAO) vraagt om implementatie op nationaal niveau. FAO definieert aquatische genetische bronnen als 'farmed aquatic species and their wild relatives'. De Nederlandse aquacultuursector kent drie belangrijke deelsectoren: schelpdieren, vis en zeewier.

Op verzoek van LNV heeft het Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN) van Wageningen University & Research verkend welke Wettelijke Onderzoekstaken (WOT) prioriteit zouden moeten hebben voor aquatische genetische bronnen. Dit in aanvulling op de huidige scope van de WOT Genetische Bronnen, waarin aandacht is voor gewassen, landbouwhuisdieren en bomen. Voor deze domeinen is op nationaal niveau al eerder gestart met de implementatie van de FAO Global Plans of Action, gericht op behoud en duurzaam gebruik van genetische diversiteit.

Prioriteiten

Op basis van interviews met experts, met vertegenwoordigers uit de sector en op basis van literatuurbronnen zijn prioriteiten vastgesteld. Deze prioriteiten en de benodigde activiteiten kunnen tussen de aquatische soorten en deelsectoren verschillen. Monitoring van genetische diversiteit in relevante schelpdier-, vis- en zeewiersoorten, zowel in het wild als in beheerde populaties, is de eerste prioriteit. Op basis van de monitoringsgegevens kan worden geadviseerd over specifieke maatregelen gericht op in situ en/of ex situ behoud van aquatische genetische bronnen. De WOT genenbankfaciliteiten van het CGN voor landbouwhuisdierrassen kunnen ook worden benut voor lange termijn opslag van genetisch materiaal van schelpdier-, vis- en zeewiersoorten.

Inheemse soorten

Het ligt voor de hand dat de WOT Genetische Bronnen zich vooral richt op de inheemse soorten. De kweeksector is afhankelijk van wildvang voor de reproductie, en/of kweek vindt in open water plaats (mossel, paling, tarbot, suikerwier, vingerwier, zeesla). Daarnaast wordt voorgesteld om aandacht te geven aan drie van oorsprong exotische soorten (Japanse oester, snoekbaars, wakame zeewier) die al vele generaties in de Nederlandse wateren voorkomen en van belang zijn voor de Nederlandse aquacultuur (met name Japanse oester) of veel potentie hebben om in de nabije toekomst een belangrijke rol te gaan spelen (wakame zeewier).

(Bron foto: Shutterstock)