kippen, foto Shutterstock

Nieuws

Gezondheidsrisico's biologische pluimveehouderij

Gepubliceerd op
31 januari 2019

Biologische pluimveehouderijen zijn vrijgesteld van het nemen van emissiereducerende maatregelen voor ammoniak en fijnstof. Maar het is nog niet duidelijk wat de bijdrage van die sector is aan de emissie van ammoniak en fijnstof.

Uit het onderzoek naar gezondheidsklachten voor omwonenden, dat RIVM uitvoerde, bleek in 2016 dat het wonen in de omgeving van veehouderijbedrijven effect heeft op de gezondheid. Vooral de uitstoot van fijnstof maakt omwonenden gevoeliger voor infecties. Omwonenden hebben kans op verminderde longfunctie of een verhoogde kans op longontsteking. Vooral fijnstof maken mensen gevoeliger voor infectie. Omdat biologsiche bedrijven bij nieuwbouw van een stal zijn vrijgesteld van het nemen emissiereducerende technieken, rijst de vraag hoe het in die sector zit. Hoe groot is daar de emissie van geur, NH₃ en fijnstof (PM10)? Zijn die vergelijkbaar met de reguliere pluimveehouderij?

Vergelijking

Om antwoord te geven op die vraag hebben onderzoekers van Wageningen Livestock Research een deskstudie uitgevoerd, waarbij ze gebruik gemaakt hebben van bestaande kennis en metingen die in de literatuur beschreven zijn. Om een goede vergelijking uit te kunnen voeren, hebben ze eerst een referentiestal voor biologische pluimveehouderij beschreven waarin ze met name aandacht hebben besteed aan de factoren die van invloed zijn op emissie zoals het aantal dieren per m², de voeropname en het gebruik van de vrije uitloop.

Meetplan

Uit het rapport 'Mogelijkheid vaststellen emissies biologische pluimveehouderij' blijkt dat het lastig is de emissies goed in beeld te krijgen om te kunnen vergelijken. Op basis van de huidige kennis geven deskundigen aan dat de emissies van ammoniak, geur en fijnstof uit de stal per dier voor de biologische houderij hoger zullen zijn ten opzichte van de reguliere houderij, maar het blijkt niet mogelijk om op basis van metingen uit de literatuur een emissiefactor vast te stellen. Daarvoor zijn aanvullende meetgegevens nodig. De onderzoekers hebben daarom een aanzet gemaakt voor een meetplan.

(Bron foto: Shutterstock)