Nieuws

Grondnesten van de eikenprocessierups bemoeilijken bestrijding

Gepubliceerd op
11 november 2020

Eikenprocessierupsen zitten niet alleen in de boom, maar ook in de grond. Deze rupsen met brandharen komen opeens in juni tevoorschijn. Omdat bespuitingen al voor juni plaatsvinden, zijn andere bestrijdingsmethoden nodig.

De rupsen in de grond kunnen een of meerdere jaren in rust zijn voordat ze weer actief worden. Ook kunnen ze zich in de grond verpoppen tot vlinder, zo meldt NatureToday inhet arikel 'Mysterie verdwijnen en verschijnen grote aantallen eikenprocessierupsen definitief opgelost".

Grondnesten

Op diverse plaatsen op de onderzoekslocatie in Wapserveen trof onderzoeker Silvia Hellingman eiken aan waarvan het blad minder aangevreten was dan je op basis van het aantal rupsen zou verwachten. Ook zijn er in de loop van het rupsenseizoen opeens uitbraken van eikenprocessierupsen, terwijl er preventieve bespuitingen zijn uitgevoerd.

De verklarig is dat er eikenprecessierupsen zijn die in grondnesten overleven. Ze komen in juni uit die grondnesten. Ze bleven relatief korte tijd op de stam van de bomen aanwezig, waarna ze weer de grond opzochten op dezelfde plaats waar ze er ook uit waren gekomen in juni. Die grondnesten vind je vaak aan de voet van de eik, maar ook in iets verder van de boom gelegen muizenholen.

Verpoppen tot vlinder

Om de verdere ontwikkeling van de eikenprocessierupsen te volgen, plaatste Hellingman rondom eikenbomen netten nadat de rupsen in de bodem gekropen waren. Per boom telde ze hoeveel rupsen er de grond in kropen. De netten werden dagelijks gecontroleerd op de aanwezigheid van eikenprocessievlinders. In totaal warenzijn er zo’n tienduizend rupsen de grond in gekropen. Achter de netten werden 4646 vlinders gevangen.

Die tellingen zijn het bewijs dat eikenprocessierupsen zich in de grond kunnen verpoppen. Tot op heden was alleen bekend dat eikenprocessierupsen zich verpoppen in bomen. Opvallend is dat het aantal vrouwtjesvlinders vele malen hoger is dan het aantal uitgekomen mannetjes. Hoe dit kan moet nader onderzocht worden.

Eitjes

Een ander opvallend resultaat was dat lager op de boomstam eitjes gevonden werden. Tot nu toe dachten onderzoekers dat de eikenprocessievlinder alleen eitjes boven in de boom afzetten. Vlinders uit grondnesten zetten een groot deel van hun eitjes op stamscheuten af. Het verwijderen van stamscheuten na de vluchtperiode kan daarom een manier zijn om veel eitjes te verwijderen.

Wegzuigen

Eikenprocessierupsen die in de boom zitten, kun je bestrijden met de nematode Steinernema feltiae of met Xentari, een bacteriesuspensie van Bacillus thringiensis.. Voor grondnesten kun je deze methoden niet inzetten. Een boombeheerder moet er dus op bedacht zijn dat later in het seizoen eikenprocessierupsen uit de grond kunnen komen. Die kan hij wegzuigen.

Het wegzuigen is geen garantie dat er geen eitjes afgezet worden in je bomen. Uit de grondnesten komen ook vlinders die je niet weg kunt zuigen. Deze vlinders zetten weer eitjes af. Verlaten nesten kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een grondnest. Een verlaten nest hangt slap aan de boom en bevat alleen vervellingen en uitwerpselen. Aan de stam is een verlaten nest plat. Dit nest bevat eveneens vervellingen en uitwerpselen op de grond.

Natuurlijke vijanden

Sluipvliegen en sluipwespen zijn vijanden van de eikenprocessierups. Hellingman ontdekte dat sluipvliegen en sluipwespen met de rupsen mee de grond in gaan. Dit is voor de beheersing van grondnesten een interessante optie.

Maar er is nog veel onbekend over waar en wanneer eikenprocessierupsen de grond in gaan, wanneer ze in diapauze (rust) gaan en hoe lang ze in diapauze blijven zitten. Dit vraagt nog meer onderzoek.

(Bron foto: Wikimedia)