veen, foto Pixabay

Nieuws

Herstel laagveen met paludicultuur

Gepubliceerd op
22 november 2017

Uit een proefproject op het Ilperveld bij Amsterdam blijkt dat het mogelijk laagveennatuur te herstellen met paludicultuur. Door het uitstrooien van veenmos op afgeplagde grond kun je veenvorming op gang brengen. Het is een manier om de bodemdaling in het veenweidelandschap te stoppen.

In het project 'Omhoog met het Veen' heeft stichting Landschap Noord-Holland samen met de Radboud Universiteit in een proefproject van 3,5 jaar gewerkt aan herstel van laagveen op voormalige landbouwgrond. Dat herstel kan de vicieuze cirkel van bodemdaling in het veenweidegebied door verlaging van het grondwaterpeil stoppen, is het idee. Bovendien kan dit herstelde laagveen ecosysteemdiensten vervullen, denk aan opslag van broeikasgassen of van overvloedig regenwater.

Proefpolder

In een proefpolder van 8 hectare is 3,5 jaar geƫxperimenteerd, schrijft vakblad H20 in het artikel 'Paludicultuur houdt de polder schoon'. In die polder werd tot voor kort de grondwaterstand extra laag gehouden voor beweiding met vleesvee. Bovendien werden de percelen er jaarlijks werden bemest met ruige mest en drijfmest. Door deze verlaagde grondwaterstand oxideert het veen. Het het maaiveld is er daarom veel sneller gedaald dan in de omgeving; het ligt gemiddeld 30 cm beneden het boezempeil.

Paludicultuur

Om het veen te herstellen is begonnen met het verwijderen van de bovenste 10 cm van de rijke toplaag. Zo voer je overtollige voedingstoffen af. Toch bleven in de ondergrond bleven nog veel voedingsstoffen achter, meldt het vakblad: ongeveer 80% van de hoeveelheid fosfaat die door het landbouwkundig gebruik in de grond was opgehoopt. Vervolgens is op de percelen is veenmos (Sphagnum) uitgestrooid om zo veenmosvorming op gang te krijgen. Deze methode die paludicultuur wordt genoemd (paludi = moeras) is nieuw voor Nederland.

Veenmostapijt

Na verloop van tijd vormde zich een veenmostapijt. Op sommige plekken op de veenmosakkers heeft het veenmos na 3,5 jaar kussens van 7 centimeter dik gevormd. Het lijkt er op dat je op deze manier veenvormende laagveennatuur kunt herstellen. Uit metingen blijkt ook dat deze veenmosakkers veel minder broeikasgassen uitstoten.

Waterbeheer

Het waterbeheer blijft in het project een lastig punt, meldt het vakblad. Niet overal lukte het herstel van het laagveen even goed. Een slechte waterkwaliteit of verkeerde grondwaterstand blijken een belangrijke factor voor succes. Het boezemwater in de polder is zodanig van kwaliteit dat veenmossen een overstroming niet lang overleven. Het zou daarom ideaal zijn wanneer je in de winter voldoende regenwater op kunt slaan.

(Bron foto: Pixabay)