Arnica Dwingelderveld, foto Jan Nijman

Nieuws

Herstel van heischrale graslanden met maaisel

Gepubliceerd op
20 december 2017

Het gaat niet goed met de heischrale graslanden. Door bodemverzuring verdwijnen waardevolle kenmerkende soorten als valkruid of tandjesgras. Toch blijkt het mogelijk nieuwe heischrale graslanden aan te leggen op voormalige landbouwgrond. Aanvoer van maaisel van elders stimuleert de ontwikkeling van een vegetatie.

Heischrale graslanden zijn bijzondere vegetaties waarin je naast struik- en dopheide ook grasachtigen en kruiden aantreft zoals valkruid, rozenkransje of stijve ogentroost. Je vindt die graslanden op zandgronden waar ook enige zuurbuffering plaatsvindt door de aanwezigheid van kalk. Maar het gaat niet goed met die graslanden door de voortschrijdende bodemverzuring. Landelijk is er in 2016 niet meer dan 30 tot 40 hectare goed ontwikkeld heischraal grasland over, meldt een onderzoeksrapport van Wageningen Environmental Research dat eerder dit jaar verscheen.

Experimenten

Je kunt die achteruitgang tegengaan door nieuwe heischrale graslanden aan te leggen op voormalige landbouwgrond. Maar de ontwikkeling van een waardevolle vegetatie blijkt lastig, zo blijkt uit de herfstnieuwsbrief van OBN. In die nieuwsbrief wordt aandacht besteed aan experimenten met het inbrengen van maaisel op heischrale graslanden die op die landbouwgronden worden ontwikkeld.

Bodem

Wil je op voormalige landbouwgrond een heischraal grasland ontwikkelen, dan moet de uitgangssituatie wel goed zijn. De grond mag niet te rijk zijn, en er moet voldoende kalk in de bodem zitten. Na het verwijderen van de stikstofrijke bovenlaag wordt aan die voorwaarde vaak wel voldaan. Toch blijkt de ontwikkeling van een waardevolle vegetatie moeizaam te verlopen. Gebrek aan zaad kan een oorzaak zijn. Ook wordt genoemd dat het voor de vegetatie noodzakelijke bodemleven niet goed ontwikkeld is.

Maaisel

Op een paar plekken in het land, in Drenthe bij het Dwingelderveld, in Wekerom op de Veluwe en bij het Limburgse Wolfsven, zijn op proefvlakken experimenten uitgevoerd waarbij maaisel en verschillende vormen bodemmateriaal van elders zijn aangebracht. Van een aantal plantensoorten die niet meer in de donorgebieden voorkomen, zijn zaden bovendien toegevoegd van bijvoorbeeld valkruid, tandjesgras en echte guldenroede.

Na vijf jaar blijken die proefvlakken zich goed te hebben ontwikkeld. Maar het toedienen van bodemmaterialen blijkt echter nauwelijks effect te hebben op de ontwikkeling. Het bodemmateriaal lijkt wel wat invloed te hebben op de ontwikkeling van enkele soorten zoals tandjesgras of borstelgras, maar er is weinig invloed op de bodemgemeenschap.

Fosfaat

Onderzoeker Roos Loeb van Onderzoekcentrum B-WARE stelt dat dispersie, de verspreiding van maaisel, een belangrijke factor is in het al dan niet ontwikkelen van een mooie vegetatie. Maar Loeb vraagt zich wel af of het succes blijvend is. Veel van de voormalige landbouwgronden bevatten veel fosfaat, terwijl stikstof beperkt aanwezig is. Het zou kunnen dat door de voortdurende stikstofaccumulatie vanuit de lucht uiteindelijk er toch concurrentie optreedt met soorten voor meer voedselrijke omstandigheden.

(Bron foto: Jan Nijman)