Vermeerdering granen, foto: CGN

Nieuws

Highlights uit een jaar genenbankieren

Gepubliceerd op
14 maart 2019

De CGN collecties worden voortdurend verbeterd door het toevoegen van nieuw materiaal. De zaadvoorraad en de kwaliteit van de zaden wordt op peil gehouden door het materiaal te vermeerderen als de zaden opraken of hun kiemkracht verliezen. Een aantal highlights uit 2018.

De gewascollectie van CGN omvat ca. 23.000 accessies (zaad herkomsten) van zowel land- als tuinbouwgewassen en hun wilde verwanten. In genenbanken wereldwijd zijn relatief slechts kleine collecties tuinbouwgewassen aanwezig terwijl het economische belang van deze gewassen voor de Nederlandse veredelingssector groot is. Daarom ligt de focus van het CGN op de tuinbouwgewassen.

De landbouwgewassen in de CGN collecties worden natuurlijk ook zorgvuldig beheerd, maar niet actief uitgebreid, terwijl dit wel het geval is voor tuinbouwgewassen.

Werk aan de granen collecties

De gerst, tarwe, haver en mais collecties, totaal 8.400 accessies, zijn voor een groot deel al 30 jaar bij het CGN opgeslagen. Van deze accessies dient de kiemkracht en de zaadhoeveelheid op gezette tijden bepaald worden om te bekijken of het zaad, opslagen bij -20˚C,nog levenskrachtig is dan wel in voldoende hoeveelheid aanwezig is. Daarom is in 2018 van ruim 900 accessies granen de kiemkracht gecontroleerd. Ook is in de afgelopen jaren van een groot aantal accessies de zaadvoorraad weer op peil gebracht.

Een deel van het zaad, bestemd voor gebruikers, is vanaf 1985 opgeslagen bij +4 ˚C. Algemeen werd aangenomen dat granen goed bij deze temperatuur bewaard konden worden. Toch bleek een gedeelte van dit zaad niet meer goed te kiemen. Het onderzoek hierover is in het artikel “Rapid loss of seed viability in ex situ conserved wheat and barley at 4 °C as compared to -20 °C storage” in 2018 gepubliceerd. Op basis van dit onderzoek zijn 20 diepvrieskasten aangeschaft om ook de zaden voor afgifte bij -20 ˚C te kunnen opslaan. Tarwe monsters die 20 jaar bij +4 ˚C bewaard waren zijn verwijderd, en er worden momenteel nieuwe afgiftezakjes gemaakt van het reserve zaad dat altijd in de -20˚C opgeslagen was. Gebruikers moeten natuurlijk wel kunnen rekenen op zaden met een goede kiemkracht!

Appelcollectie

In 2018 is een begin gemaakt met de herstructurering van de appel collectie. Op dit moment bestaat de collectie voor een deel uit onderzoeksmateriaal. Uiteindelijk zal de collectie bestaan uit voornamelijk Nederlandse rassen, ons levend erfgoed. De keuze van de rassen wordt in overleg met de Nederlandse pomologische verenigingen bepaald.

Samenwerking met bedrijven

Het CGN werkt sinds de oprichting in 1985 samen met veredelingsbedrijven. De bedrijven hebben meegewerkt aan de opbouw van de collecties door veel materiaal te vermeerderen. In 2018 hebben 15 bedrijven 60% van de vermeerderingen voor hun rekening genomen. CGN medewerkers hebben in het kader hiervan veel bezoeken gebracht bij de verschillende bedrijven. Dit zal zeker bijdragen tot een beter begrip wederzijds en uitwisseling van kennis met betrekking tot het conserveren en gebruik van genetische variatie in zowel genenbanken als veredelingsbedrijven.

Nieuw in de collectie

Sinds 2018 wordt via een speciale pagina op de CGN website gemeld welk nieuw materiaal in de collectie is gekomen. In 2018 werden o.a. accessies wilde peper, paprika, ui, bieslook, prei, grassen en wilde spinazie en sla uit de verzamelmissies naar Armenië en Azerbeidzjan opgenomen in de CGN collectie zodat deze nu ook beschikbaar zijn voor onderzoekers en veredelaars.

(Bron foto: CGN)