klaver, foto Pixabay

Nieuws

Hoogleraar pleit voor biodiversiteitsherstel in living labs

Gepubliceerd op
5 februari 2019

Met landelijke regelgeving kun je herstel van biodiversiteit niet afdwingen, zegt hoogleraar David Kleijn. Wil je biodiversiteit op het platteland herstellen, dan moet je ervaring op doen in biodiversiteitswerkplaatsen.

Herstel van biodiversiteit is hard nodig vindt Wagenings Hoogleraar David Kleijn. Daarom werkt hij ook mee aan het Deltaplan Biodiversiteitsherstel dat in december 2018 is gepresenteerd. In een artikel in Wagenings Universiteitsblad Resource pleit Kleijn voor regionale biodiversiteitswerkplaatsen om al doende ervaring op te doen.

Landbouwvisie

De landbouw mag de biodiversiteit niet langer onder druk zetten, schreef landbouwminister Carola Schouten in september in de landbouwvisie. Daarom moet Nederland koploper worden in kringlooplandbouw. Kleijn is het met dat uitgangspunt eens. Hij ziet dat het huidig landbouwsysteemvoor een forse afname van het aantal weidevogels, akkerkruiden en insecten in Nederland zorgt. En premies voor agrarisch natuurbeheer dragen nauwelijks bij aan versterking van de natuur.

Natuurinclusief landschapsbeheer

Maar hij vindt het te simpel om te zeggen schuldig zijn aan de achteruitgang van de biodiversiteit en dat zij het dus ook maar moeten oplossen. De boeren - zo zegt hij - zijn onderdeel van een natuuronvriendelijk systeem dat we met zijn allen hebben laten ontstaan. Wil je een natuurinclusief landschapsbeheer dan moeten ook consumenten gemeenten, waterschappen en natuurorganisaties een bijdrage leveren.

Biodiversiteitswerkplaatsen

Verbetering van de biodiversiteit dwing je niet af met landelijke regelgeving, zegt Klein: dat is een illusie. Hij ziet er meer in al doende ervaring op te doen in living labs - of biodiversiteitswerkplaatsen - waarin boeren, burgers en overheden op regionaal niveau nadenken over en experimenteren met natuurinclusief landschapsbeheer. Dat sluit aan op de visie van minister Schouten de kringlooplandbouw op regionaal niveau wil uitwerken.

Zo zou je in de regionale werkplaatsen in het veenweidegebied kunnen experimenteren met een hoger grondwaterpeil. En op de zandgronden kun je ervaring op doen met gefaseerd maaibeheer van bermen.

Verdienmodel

Kleijn benadrukt dat een integrale benadering is nodig. Veehouders die inzetten op meer eiwit van eigen land, zouden tegelijkertijd gestimuleerd worden te werken met meer kruidenrijk grasland. Je moet boeren een zetje geven door de regelgeving te veranderen. Kleijn denkt daarbij bijvoorbeeld aan bescherming van houtwallen en slootkanten. Willen boeren er in investeren, dan is een verdienmodel nodig. daarom is het belangrijk een landbouwsystemen te ontwerpen die biodiversiteit en natuurbehoud bevorderen

(Bron foto: Shutterstock )