platteland, foto  David Kooijman via Pixabay

Nieuws

Invloed van culturele normen op landbouwtransitie

Gepubliceerd op
24 april 2020

Culturele normen in de boerengemeenschap spelen een rol bij de ontwikkeling van boerenbedrijven richting natuurinclusieve landbouw. Zo wordt gedacht dat een goede boer goed zorgt voor land, vee en grond. Dat herken je aan een net landschap zonder onkruid. Maar die norm is aan het veranderen onder invloed van ervaringen met agrarisch natuurbeheer.

De Nederlandse overheid streeft naar een toekomstbestendige, duurzame en sterke landbouw en wil daarom dat Nederland overschakelt op kringlooplandbouw. In die transitie kan natuurinclusieve landbouw een belangrijke rol spelen. Wil die transitie lukken, dan is het belangrijk dat boeren zelf de keuze maken voor een natuurinclusieve landbouw. Ze moeten het zien als een mogelijke en gewenste koers voor hun bedrijf.

Er zijn al veel onderzoeken geweest naar motieven van boeren, met aandacht voor bedrijfseconomische of ecologische factoren. Financiële prikkels kunnen keuzes van agrariërs beïnvloeden, maar er is ook een cultureel component. Past natuurinclusieve landbouw wel bij het beeld van een goede boer, zoals dat leeft in boerengemeenschappen?

Onkruid

Het onderzoeksrapport 'Kan een goede boer natuurinclusief zijn?' gaat met name in op de culturele normen binnen de boerengemeenschap. Of een boer een goede boer is, kun je zien aan het land. Hoe het erbij ligt, hangt af van het vakmanschap van de boer. Een goede boer zorgt goed voor het land, vee en grond en dat is herkenbaar aan een net landschap, zo blijkt uit de literatuur. Zo kan onkruid op het land leiden tot verlies aan status binnen de boerengemeenschap. De vraag is of die culturele norm de omschakeling naar natuurinclusieve landbouw niet belemmert. Wat is een goede boer? Wat is een goed landschap? Kan natuurinclusieve landbouw daar onderdeel van uitmaken?

De onderzoekers interviewden 24 boeren uit vier verschillende streken: Midden-Limburg, Noord-Beveland, Achterhoek en Noordelijke Friese Wouden. Uit het onderzoek blijkt dat boeren er genuanceerder over denken. Naast de hierboven beschreven norm, neemt een goede boer ook verantwoordelijkheid ten aanzien van milieu, biodiversiteit en maatschappij, is sociaal, werkt niet te hard en is gelukkig. Hoe het land eruit moet zien, hangt af van het doel. Als biodiversiteit een nevendoel is, mag het land er wel minder netjes uitzien.

Veranderende normen

De boeren zien dat culturele normen aan het veranderen zijn. Boeren beginnen anders te kijken naar natuur op het boerenbedrijf. Die verandering is vaak het gevolg van ervaringen met agrarisch natuurbeheer. Verandering van praktijk kan dus leiden tot andere culturele normen. In agrarische collectieven wordt veel ervaring opgebouwd met agrarisch natuurbeheer, wat vervolgens leidt tot een andere blik op wat goed boeren is.

Meer begrip van de rol van culturele normen in de landbouw is van belang voor partijen die natuurinclusieve landbouw willen stimuleren, aldus de opstellers van het rapport. Het rapport eindig met een aantal aanknopingspunten voor partijen die de ontwikkeling van de landbouw willen beïnvloeden. Zo zou je natuur als teelt met productiedoelen kunnen beschouwen. Dat sluit aan bij de denkwereld van boeren.



(Bron foto: David Kooijman via Pixabay)