Afbeelding van Aline Dassel via Pixabay

Nieuws

Kalversterfte is complex

Gepubliceerd op
16 mei 2019

De kalversterfte is te hoog, berichtten media begin april. Vakblad Veeteelt zet wat feiten op een rij. De kalversterfte blijkt de laatste jaren constant, ondanks een verminderd gebruik van antibiotica. Dat is al een prestatie op zich, zegt LTO woordvoerder Dirk Bruins.

De kalversterfte op 1200 boerderijen is schrikbarend hoog, zo berichtte RTL Nieuws op 1 april 2019. Uit cijfers die RTL opvroeg, bleek dat op die 1200 bedrijven vorig jaar meer dan 20% van de kalveren binnen 14 dagen na de geboorte stierven. Maar de werkelijkheid is wat complexer, betoogt vakblad Veehouderij in het artikel 'Te simpele conclusies over complexe kalversterfte'.

Cijfers

Het vakblad maakt duidelijk dat de opgevraagde cijfers van RVO wel kloppen, maar dat in de berichtgeving geen onderscheid is gemaakt tussen kalveren die dood zijn geboren en kalveren die sterven tot twee weken na de geboorte. Uit de cijfers blijkt dat vorig jaar 9,0% van de kalveren dood werd geboren en dat 3,6% binnen 14 dagen stierf. Het percentage doodgeboren kalveren is al zo'n zes jaar ongeveer constant.

Er zijn bedrijven met een hogere kalversterfte. Op 33% van de bedrijven ligt het percentage doodgeboren en binnen 14 dagen gestorven kalveren boven de 13% en op 1265 of 8% van de bedrijven is dat percentage hoger dan 20%. Dirk Bruins, bestuurslid van de vakgroep melkveehouderij van LTO Nederland, vindt dat er te makkelijk wordt geoordeeld over veehouders: 'Ik ken geen collega die het onberoerd laat als er kalveren doodgaan'.

Doodsoorzaak

Vakblad Veeteelt betrok ook de cijfers over kalversterfte van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). De GD maakt onderscheid tussen niet-geoormerkte dieren - verworpen vruchten, doodgeboren klaveren en kalveren die vóór het oormerken gestorven zijn - en geoormerkte kalveren tot 14 dagen. Die cijfers zijn niet exact hetzelfde als die van RVO, maar komen in grote lijnen wel overeen. Uit gegevens van de GD blijkt dat kalversterfte een seizoenspatroon volgt. In de winter is de sterfte het hoogst, in het voorjaar het laagst. Diarree in combinatie met uitdroging is daarbij de meest gevonden doodsoorzaak, gevolgd door luchtweginfecties.

KalfOK-score

Terugdringen van de kalversterfte staat al tien jaar hoog op de agenda van de sector. Veehouders maken daarom gebruik van de KalfOK-score, waarmee ze ieder kwartaal inzicht krijgen in de kwaliteit van de jongveeopfok. Zuivelondernemingen stimuleren deelname aan de KalfOK-score, en hebben het opgenomen in hun kwaliteitsprogramma. Veehouders krijgen zo een beeld van hoe ze het doen ten opzichte van collega's en het geeft houvast voor een gesprek met dierenarts of adviseur.

Bruins is ervan overtuigd dat de zorg voor jonge kalveren de laatste jaren is verbeterd. Hij wijst er op dat het gebruik van antibiotica de laatste jaren sterk is verminderd, terwijl het percentage kalversterfte niet is gestegen. 'Dat is een prestatie op zich'.

(Bron foto: Aline Dassel via Pixabay )