Weerribben, foto Jan Nijman

Nieuws

Kennisdelen over natuurherstel in het lage land

Gepubliceerd op
24 februari 2018

Het lage land van Nederland is divers. Denk aan veenweidepolders, rietmoerassen en het zeekleigebied. Beheerders en terreineigenaren hebben veel kennis ontwikkeld. Ze wisselden kennis uit tijdens een symposium

Om kennis te delen over het laagveen- en het zeekleilandschap organiseerde het Deskundigenteam (DT) Laagveen- en zeekleilandschap van Kennisnetwerk OBN en de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE) op 13 september 2017 een symposium. Ontwikkeling en het beheer van natuur en water in laagveen- en zeekleigebieden stond er centraal.

Biodiversiteit

Dat lage land, een brede band die langs de kust van Zeeland naar Groningen loopt, wordt geconfronteerd met een aantal problemen: het ontbreken van jonge verlandingsstadia en eutrofiëring van voedselarme veengebieden. De biodiveristeit staat daardoor onder druk. Meer er zijn ook positieve ontwikkelingen en kansen, zo blijkt uit het 'Verslag symposium successen en uitdagingen in het lage land'.

Laagveenlandschap

Leon Lamers van Radboud Universiteit, een van de sprekers, ziet dat het laagveenlandschap zwaar beïnvloed is door menselijke activiteiten. Maar dat is niet alleen negatief. Heterogeniteit in habitats zorgt ook voor een hoge biodiversiteit. "Stoppen met menselijke activiteiten betekent het weghalen van biodiversiteit," zo betoogt hij. Toch gaat het slecht met het laagveenlandschap. Het kost erg veel moeite bijzondere stadia te behouden zoals de trilvenen. Hij wijt dat aan het intensieve landgebruik en de sterk veranderende waterhuishouding. Maar hij ziet ook goede ontwikkelingen. Zo zijn er nog steeds veel, deels zeer bijzondere, soorten en de waterkwaliteit verbetert op veel plaatsen.

Natuurontwikkeling

Mennobart van Eerden van Rijkswaterstaat brengt natuurontwikkeling in het IJsselmeer onder de aandacht. De dijken met harde oevers staat natuurontwikkeling in dat gebied soms in de weg. Maar hij ziet kansen. Hij denkt aan vooroeverontwikkeling. En door verbetering van de waterkwaliteit en aanleg van de Markerwadden is er ruimte voor meer natuurontwikkeling. Van deze grootschalige moerasontwikkeling zullen vooral vogels profiteren.

Rietteelt

In De Wieden houden beheerders zich bezig met een optimaal maaibeheer. Riettelers maaien vooral in de winter, maar voor botanische beheer blijkt zomermaaibeheer beter te zijn, zegt Bart de Haan van Natuurmonumenten. En hij maakt duidelijk wat de invloed van greppels is op het herstel van trilveen. Door begreppeling breng je de grondwaterstand omhoog.

Tijdens het symposium passeren meer onderwerpen de revue. Winnie Rip, van Waternet gaat in op de waterkwaliteit, Henk de Vries van de Vlinderstichting vertelt over de insecten in de laagveenmoerassen en Annemieke Kooijman van de Universiteit van Amsterdam gaat in op de biodiversiteit van trilvenen. Tijdens het symposium is ook de brochure ‘De kennis van het lage land' gepresenteerd die inzicht geeft in de kennisontwikkeling van het laagveen- en zeekleilandschap.

(Bron foto: Jan Nijman)