Nieuws

Kringlooplandbouw op basis van reststromen

Gepubliceerd op
31 oktober 2020

Een belangrijk principe van kringlooplandbouw is zo zuinig mogelijk omgaan met grondstoffen en nutriënten. Door gebruik te maken van reststromen kun je import van grondstoffen beperken. In de landbouw worden steeds vaker reststromen ingezet.

Akkerbouwers kunnen gecomposteerd groenafval gebruiken voor bodemverbetering, zo blijkt uit de publicatie Kringlooplandbouw van Wageningen University & Research. Veel reststromen komen vrij uit de landbouw en de voedingsmiddelenindustrie. Bijna een derde van alle agrarische producten die direct van het land komen of bewerkt worden door de voedingsmiddelenindustrie, bereiken ons bord niet. Naast bodemverbetering kunnen voedselresten ingezet worden als veevoer. Dit gebeurd steeds vaker.

Diervoer

Met name varkens lijken heel geschikt om reststromen uit de voedingsindustrie, de horeca en van huishoudens om te zetten in hoogwaardig eiwit. En ook voor andere dieren is het mogelijk reststromen in te zetten, zegt kringlooplandbouwexpert Martin Scholten. Bietenperspulp, bierbostel, aardappelstoomschillen, zonnebloemzaadschroot en raapzaadschroot zijn bijvoorbeeld goede alternatieven voor sojaschroot, het restproduct van de winning van olie uit de sojaboon dat we importeren van buiten Europa.

Er worden al veel reststromen verwerkt tot veevoer, jaarlijks 7,8 miljoen ton. Het gaat daarbij om aardappelschillen, sojaschroot en voor mensen afgekeurde voedingsmiddelen. Hiervan komt echter een groot deel vanuit andere landen.

In de grondstoffenwijzer van de Nederlandse vereniging voor Diervoeders (Nevedi) staan meer dan 300 verschillende grondstoffen die gebruikt worden voor de verwerking tot diervoer. Dat zijn een groot deel rest- of co-producten uit de voedingsmiddelenindustrie zoals bierbostel of broodmeel.

Bodemverbetering

Door een samenwerking tussen akkerbouwers en veehouders kun je reststromen efficiënt inzetten. Biologisch akkerbouwer Wouter Klaasse Bos vertelt hoe hij samenwerkt met een veehouder. De veehouder maait bij hem grasklaver, dat hij als waardevol veevoer gebruikt. In ruil daarvoor krijgt Bos stalmest.

Akkerbouwers kunnen reststromen zoals gecomposteerd groenafval gebruiken voor bodemverbetering. Ook de eigen gewasresten, zoals stro of loof van bieten en andere gewassen, kunnen ondergewerkt worden zodat het organisch stofgehalte van de bodem verbetert. En stoffen zoals verenmeel, hoefmeel en haarmeel zouden zelfs kunnen bijdragen aan versterking van de ziektewerendheid van de bodem.

Groen Kennisnet besteedt deze week extra aandacht aan kringlooplandbouw, met elke dag een bericht over een specifiek onderwerp.

(Bron foto: Shutterstock)