veredeling, foto Thinkstock

Nieuws

Kwekersrecht beschermt tegen illegaal gebruik plantenrassen

Gepubliceerd op
25 september 2017

Het kwekersrecht beschermt veredelaars van rassen tegen illegale vermeerdering. Voor boeren in ontwikkelingsladen, die gewend zijn zelf zaaizaad te vermeerderen, is dat even wennen. Illegale vermeerdering komt nog steeds voor. Opsporing en het opleggen van boetes helpen.

Als je als kweker denkt een nieuw ras te hebben gevonden, kun je een erkenning aanvragen. Voor rassen van voedingsgewassen is rassenregistratie zelfs verplicht. Om een nieuw ras te erkennen, moet het zich onderscheiden van andere rassen die algemeen bekend zijn. En wil je kwekersrecht krijgen, dan mag het ras niet langer dan een jaar in de handel zijn. Bovendien moet je er wat voor hebben gedaan. Er moet selectie zijn verricht. Je kunt geen kwekersrecht aanvragen op een plant die je uit de jungle haalt. In het artikel 'Kwekersrecht voor nieuwe gewassen' legt Vakblad Buitenstebinnen van NakTuinbouw uit hoe dat werkt, kwekersrecht aanvragen.

Illegale vermeerdering

Het kwekersrecht beschermt veredelaars van rassen tegen illegale vermeerdering. Boeren mogen de rassen niet vermeerderen en zaden of pootgoed van die rassen zomaar verhandelen. Doen ze dit wel, dan moeten ze royalties betalen. Boeren kunnen gebruik maken van het 'landbouwersvoorrecht' of het Farm Saved Seed. Ze mogen dan een deel van hun aardappelen en granen achterhouden als uitgangsmateriaal voor een volgende teelt. Daarover moeten ze dan een vergoeding betalen, maar die is lager dan de gebruikelijke licentievergoeding.

Toch gebeurt het wel dat boeren rassen illegaal vermeerderen. Soms gebeurt dat uit onwetendheid, maar er komt ook grootschaliger misbruik voor. In het artikel 'Preventie inbreuk op kwekersrecht' zeggen vertegenwoordigers van opsporende bedrijven en organisaties uit dat het misbruik soms om grote hoeveelheden gaat Soms gaat het gepaard met georganiseerde misdaad. De organisaties die belast zijn met opsporing, leggen soms boetes op of laten het op een rechtszaak aankomen.

Ontwikkelingslanden

Wat anders ligt de situatie in ontwikkelingslanden. in het artikel 'Kwekersrecht kleine boeren in ontwikkelingslanden' vertelt Bram de Jonge van Oxfam hoe zaadteelt en veredeling in ontwikkelingslanden plaatsvindt. Meer dan 80% van het zaad wordt door de boeren zelf veredeld, vermeerderd en verhandeld. Het is een gezond systeem, aldus De Jonge: 'Het geeft de bevolking voedselzekerheid en door veranderende klimaatomstandigheden evolueert het uitgangsmateriaal mee. Bovendien stimuleert het de biodiversiteit.' Maar de lokale rassen zijn vaak vatbaarder voor ziekten dan commercieel ontwikkelde rassen, bovendien liggen producties veel lager.

Toch gebruiken boeren die commerciƫle rassen niet snel omdat het zaad te duur is. Heleen Bos van veredelingsbedrijf Rijk Zwaan ziet wel perspectief voor commerciƫle rassen in Ontwikkelingslanden. Het bedrijf, dat een veredelingsstation voor groenten in Afrika heeft, richt zich op hybride rassen met resistenties tegen ziekten en plagen en hoge opbrengsten. Natuurlijk zijn die zaden kostbaar, denkt Bos, maar de gewassen zijn zoveel productiever dat het voor boeren loont die rassen in te zetten.

Octrooirecht

In het artikel 'Europese Commissie: beperking octrooien op planten is nodig' gaat het vakblad in op de discussie over het octrooirecht en kwekersrecht. Door een octrooi op planteneigenschappen aan te vragen, beschermen veredelaars hun investering in waardevolle planteneigenschappen. Willen anderen er gebruik van maken, dan moeten ze voor zo'n octrooi een licentie afsluiten. Het kwekersrecht daarentegen kent een kwekersvrijstelling. Veredelaars kunnen rassen vrij gebruiken voor verdere veredeling. Nederlandse veredelaars willen daarom dat het octrooirecht op planten aangepast wordt.

Directeur Hans van den Heuvel van het Europees Octrooi Bureau (EOB) zegt dat van het octrooirecht op planteneigenschappen tot nu toe nog maar weinig gebruik is gemaakt. Het gaat tot nu toe om zo'n 150 octrooien op nieuwe planteneigenschappen, vooral bij voedingsgewassen waar de grootste veredelingsbedrijven actief zijn. Dat is niet veel als je bedenkt dat het octrooirecht - onderdeel van de Europese Biotechrichtlijn - al bijna 20 jaar bestaat, sinds 1998.

Toch vindt juriste Judith de Roos van Plantum dat het octrooirecht voor kleinere bedrijven drempels opwerpt. De meeste octrooien hebben betrekking op gewassen als tomaat, paprika, sla- en koolgewassen voor belangrijke eigenschappen. Als veredelaars gebruik willen maken van die eigenschap, moet hij voor elk van die octrooien een licentie afsluiten. Vaak gaat het om verschillende licenties. Het is een kostbare aangelegenheid, aldus De Roos.

(Bron foto: Thinkstock)