Blogpost

Kwekerstrots

Gepubliceerd op
9 april 2015

Na een week rust, want geen uitzending, lijkt het moeilijk weer op gang te komen. Er wordt minder over het programma gesproken en geschreven in de kranten en de media. De leuke reacties missen we, maar de snerende kunnen we missen als kiespijn. We zijn benieuwd naar de kijkcijfers van vanavond, de vierde aflevering van Van Hollandse Bodem.

We hopen natuurlijk weer op veel kijkers, meer als een miljoen, want daar krijgen we een kick van. We willen dat de kwekerstrots van het scherm afspat … alle koppels, er zijn nog vijf koppels in de strijd, zijn trots op het product dat ze telen en het gerecht dat we aan de jury uitserveren.

Allemaal willen we dat niet alleen showen aan de juryleden Dieneke Klompe en Jonathan Karpathios. Maar ook willen we de kijkers laten zien wat een mooie en lekkere oogst je van je moestuin kan halen met een beetje moeite en heel veel tuinierplezier. Dat laatste krijg je zeker als het zonnetje schijnt, maar ook een regenbui neem je voor lief, want je tuin heeft dat nodig!

In het programma komt de teelt van bloemen tot nu toe niet veel in beeld, behalve als achtergrond voor Tooske. We kregen vijf soorten als verplicht gewas.

Wij verheugden ons erg op die teelt, vooral IJsbrand. Die komt uit een familie van bloementelers. Zijn opa bijvoorbeeld was de eerste met grondverwarming in een teelt op bedden van Hippeastrum, Amaryllis in de volksmond. De tuinders uit het dorp verklaarden hem voor gek. Maar hij kon, na een paar mislukte pogingen, trots het resultaat tonen met als bonus een goede prijs omdat hij de vroegste bloemstelen aanbood op de veiling.

In het Westland werden toen snijbloemen speciaal voor de Engelse markt geteeld. Vroege tulpen en narcissen in de beschutting van de duinen en de zachte winters door de warmteafgifte van het in de winter relatief warme Noordzeewater bijvoorbeeld.

De geoogste bloemen snel per trein van de bloemenveiling naar de nachtboot in Hoek van Holland of Rotterdam om dan vroeg in de morgen in Londen in de marktkramen te lossen.

Al begin vorige eeuw voeren de vooruitstrevende tuinderszonen en -dochters met de boot op Engeland mee over en weer om een paar weken werkervaring op te doen bij collega-tuinders en handelaren in dit netwerk. Niks nieuws onder de zon dus, nu heet dat uitwisseling. Trots met de geleerde kennis over het handelskanaal naar en in Engeland, of de opgedane kwekerservaring in het Westland was hun vakkennis verrijkt.

Maar terug naar de verplichte teelt van snijbloemen in Van Hollandse Bodem. Gladiolen, dahlia’s, lathyrus, zonnebloemen en de rozenstruik.

De lathyrus en de zonnebloemen hebben we dood in de grond gezaaid na een week of twee in twee etappes om de oogst wat te spreiden. De roos kwam in het kruidentuintje te staan. Later bleek het een kruipende soort te zijn, met mooie bottels, dat wel. Maar niet echt voor op de vaas dus. Al zeker niet vanwege de vele reuzestekels en kronkelige steel. Daarnaast bleek de roos ook een lastpost omdat hij steeds over de bieslook en andere kruiden heen ging hangen.

Aan zonnebloemen hoef je niet veel te doen. Beschermen tegen de wind met stutten, want ze zijn al snel topzwaar en kunnen omwaaien bij een stevige windvlaag. Omdat we niet iedere dag op deze tuin waren zou je ze dan moeilijk na een paar dagen plat weer rechtopstaand kunnen krijgen.

De lathyrussen knipte ik twee keer per week, zodat er steeds frisse bloemstelen kwamen. Zoals ze in het Westland zeggen: 'Je knipt ze eraan'. Ook haalde ik wel ranken terug zodat die niet te lang werden en zouden gaan hangen. Regelmatig een handje mest en het wit eruit zien te houden. Goed in het gaas binden om rechte bloemstelen te houden was eigenlijk de moeilijkste klus.

Wij hadden als troef knollen van grootbloemige dahlia’s en zaad van zinnia’s. De dahliaknollen die we kregen waren een lage pompomtype en wat donkergekleurde kleinbloemige soorten. In totaal vier knollen. Die hebben we allemaal al snel, samen met de van thuis meegebrachte troefsoorten in de grond gedaan. We hadden een warm voorjaar vorig jaar en de grond was los, droog en voelde op pootdiepte warm genoeg aan. Dus de knollen konden snel de grond in, met een plens water. De zinnia’s hebben we in het kasje voor gezaaid en later uitgeplant.

Tijdens de teelt hebben we de dahlia’s en zinnia’s gediefd om zo groot mogelijke bloemen te krijgen. De dahlia’s werden uiteindelijk ook echte 'kinderhoofdjes' en we waren er reuze trots op. Dit alles met in gedachten: mooie bloemen, trotse tuinders en een tevreden jury.

Vanavond oogsten we de courgettes en de bieten. Geen bloemen? Nee … eh ja, zie zelf maar … ik verklap niets.