leerlingen, foto AOC Raad

Nieuws

Leerlingen en ouders over de toekomst van groen onderwijs

Gepubliceerd op
27 juni 2019

Het aantal leerlingen en studenten in het vmbo, hbo en wo stijgt, maar bij het mbo-groen is een daling te zien. Wies Baltus verdiepte zich voor haar afstudeeronderzoek in de beelden die leerlingen en ouders hebben over groen onderwijs.

Het totaal aantal mbo-leerlingen bedraagt nu zo'486.000. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren zal dalen tot 450.000 in 2023-2024. Daarbij is de afname van het aantal leerlingen in mbo-groen meer dan gemiddeld, terwijl het aantal leerlingen in het vmbo-groen licht stijgt. Die ontwikkeling roept vragen op: wat zijn de redenen voor die daling van leerlingen aantallen in het mbo-groen? Wies Baltus, studente aan Aeres Hogeschool, dook in deze problematiek voor haar afstudeeronderzoek.

Keuzefactoren

In het verslag van dat onderzoek gaat Baltus in op verschillende vragen, zoals welk type leerlingen kiest voor een groene opleiding. Welke keuzefactoren spelen een rol. Hoe is de aansluiting tussen vmbo-groen en mbo-groen? En wat is de invloed van de ouders bij de schoolkeuze? Wat is hun beeld van de sector?

Baltus zet eerst wat ontwikkelingen op een rij. De ontwikkeling van het aantal leerlingen in het groen onderwijs verschilt per niveau. Zo stijgt het aantal leerlingen en studenten in het vmbo, hbo en wo. Maar bij het mbo is een daling te zien, zowel bij beroepsopleidende leerweg (BOL-opleidingen) ingen als beroepsbegeleidende leerweg (BBL-opleidingen). Daarnaast is er ook een duidelijke afname van leerlingen bij de VM2-route, een experiment waarbij de overgang van vmbo naar mbo onderwijs wordt vereenvoudigd door samenwerking tussen de onderwijsinstelling.

Leerlingenaantallen

Wat opvalt is dat het aantal leerlingen in vmbo-groen stijgt, terwijl die in het mbo-groen daalt. Het totaal aantal mbo-leerlingen bedraagt nu zo'n 486.000. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren zal dalen tot zo'n 450.000 in 2023-2024. De afname van het aantal leerlingen in mbo-groen is met zo'n 20 % per jaar hoger dan gemiddeld.

Voor de keuze voor het vmbo-groen blijken de kleinschaligheid en locatie een belangrijke factor te spelen, zo schrijft Baltus. Het beeld is er dat groene scholen zorgzaam, veilig en klein zijn. Maar de beperkte doorstroommogelijkheden naar de theoretische leerweg of havo vormen voor verschillende ouders een bezwaar over het vmbo-groen.

Daarnaast wordt de keuze voor groen onderwijs geremd door een stereotiep beeld dat sommige ouders en leerlingen hebben over de sector, medeleerlingen en docenten. De groep die wel voor groen onderwijs kiest maakt deze keuze bewust. De leerlingen of hun ouders kennen de sector. Bij ongeveer een derde van de leerlingen speelt een toekomst in de groene sector een rol.

Doorstroom

Terwijl het aantal leerlingen bij vmbo-groen stijgt, daalt die bij het mbo-groen. Een steeds kleiner deel van de vmbo-groen leerlingen stroomt door naar het mbo-groen. Voor die beperkte doorstroom noemt de studente verschillende factoren. Zo is er een verschil in achtergrond van vmbo-groen en mbo-groen leerlingen. De mbo-groen opleidingen sluiten inhoudelijk wel goed aan op het vmbo-groen, maar ze sluiten niet goed aan op de interesses van de leerlingen, schrijft Baltus. Bovendien heeft een deel van de ouders van vmbo-leerlingen een foutief beeld over het mbo-groen.

Beter imago

Baltus komt in haar afstudeerverslag met een aantal aanbevelingen. Zo zouden groene scholen meer 'licht groene' mbo-opleidingen kunnen opzetten, opleidingen die beter aansluiten bij de interesses van de leerlingen. Verder moet de groene sector werken aan een beter imago bij ouders. Ook zou het goed zijn wanneer het vmbo-groen ook hogere onderwijsniveaus kan aanbeiden. En natuurlijk kunnen de leerlingen op groene vmbo-scholen meer ge├źnthousiasmeerd worden voor de groene sector en de diversiteit van opleidingen en beroepen.

(Bron foto: AOC Raad)