Nieuws

Leidraad voor beheer reuzenberenklauw

Gepubliceerd op
19 december 2020

Om reuzenberenklauw, een invasieve exoot, aan te kunnen pakken is een goede strategie nodig. De leidraad beheer reuzenberenklauw geeft aanknopingspunten voor zo’n strategie.

De reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) staat sinds augustus 2017 op de Unielijst van invasieve exoten. Dat betekent dat beheerders verplicht zijn de plant te bestrijden. Voor een effectieve bestrijding is wel een goede strategie nodig, zo blijkt uit de onlangs gepresenteerde Leidraad beheer Reuzenberenklauw. Je moet niet beginnen in een haard waar veel planten bij elkaar staan.

Bufferzones

De leidraad adviseert een langjarig plan te maken. Het beste kun je beginnen met een inventarisatie van het terrein waar de reuzenberenklauw voorkomt. Op basis van die inventarisatie kun je het terrein indelen in vier verschillende gebieden: de haarden, bufferzones, een gebied waar eenlingen voorkomen en schone gebieden. Een haard is een gebied waar veel planten dicht opeen staan. Als planten meer dan 10 meter van elkaar afstaan, spreek je over een gebied waar eenlingen voorkomen. Een bufferzone is een strook van 25 meter breed om de besmette gebieden heen. Die moeten verspreiding van de berenklauw naar andere gebieden voorkomen.

De strategie is er in de eerste plaats op gericht verspreiding van de soort tot staan te brengen. Bufferzones hou je dus schoon. Je moet voorkomen dat planten er zaad kunnen vormen. Met een gerichte aanpak kun je een terrein binnen tien tot twaalf jaar vrij maken van de reuzenberenklauw. Bovengronds kun je de soort bestrijden door te maaien met een trekker of zeis.

(Bron foto: Cor Gaasbeek via Pixabay)