geit, foto Pixabay

Nieuws

Luchtwassers in de geitenhouderij

Gepubliceerd op
8 maart 2016

Om geurhinder en ammoniakuitstoot te voorkomen kun je luchtwassers toepassen, ook in de geitenhouderij. De eerste ervaringen in proefstallen zijn goed.

Wil je als geitenhouder een omgevingsvergunning aanvragen (dat is nodig bij meer dan 2000 geiten) of een melding doen, dan moet je de geursituatie in beeld brengen. Die situatie wordt beoordeeld op basis van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). In die wet zijn normen opgenomen. De geurbelasting wordt berekend aan de hand van de snelheid waarmee lucht verplaatst wordt, de hoogte van de luchtverspreiding en de diameter van het emissiepunt.

Geurbelasting

Je kunt die normen tot op zeker hoogte beïnvloeden. Zo kun je het emissiepunt hoger plaatsen. De geur wordt dan verder verspreid zodat het een lagere geurbelasting oplevert. En met mechanische ventilatie kun je de snelheid van luchtverplaatsing beïnvloeden. Maar je kunt ook luchtwassers toepassen. Vakblad Geitenhouderij besteedt er aandacht aan in het artikel 'Uiteindelijk een luchtwasser op de stal'.

Luchtwasser

Luchtwassers worden in andere veehouderijsectoren toegepast. Ze verminderen de uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof. Maar voor de geitenhouderij is er nog geen luchtwasser erkend op de Rav-lijst (Regeling ammoniak en veehouderij). Er zijn wel proefstallen met een luchtwasser.

Een van die proefstallen bevindt zich in Westerhoven bij de familie Smolders. Deze geitenhouder werkt met een biologische combi-luchtwasser die zowel ammoniak als geur aanpakt. Smolders heeft gekozen voor een biologische luchtwasser omdat die ook een gedeelte fijnstof kan wegvangen. De eerste ervaringen zijn goed, zo meldt het vakblad.

(Bron foto Pixabay)