Trekpaarden, foto: Myrthe Maurice-van Eijndhoven

Nieuws

Maatregelen nodig om inteelt in de Nederlandse Trekpaardenpopulatie te verminderen

Gepubliceerd op
3 januari 2019

Een uitgebreid onderzoek dat het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) in 2018 uitvoerde aan de Nederlandse Trekpaardenpopulatie liet zien dat maatregelen nodig zijn om de inteelttoename in deze populatie terug te dringen.

De inteelttoename in de huidige populatie was 1,3% en ligt daarmee ruim boven de algemeen aanvaarde norm van maximaal 0,5% toename per generatie. Daarmee kunnen de negatieve gevolgen van inteelt zichtbaar worden in het ras. Daarnaast liet het onderzoek zien dat er steeds minder Trekpaarden worden geboren, dat er ook steeds minder Trekpaarden worden ingezet in de fokkerij en dat de Trekpaarden die worden ingezet in de fokkerij steeds meer uit dezelfde families komen. Het sturen op verwantschap, het meer gelijkmatig inzetten van dekhengsten en het geven van voorlichting zijn een aantal maatregelen waarmee inteelt in dit zeldzame Nederlandse paardenras kan verminderen.

Monitoren Nederlandse Trekpaardenpopulatie

Het Nederlandse Trekpaard is een zeldzaam Nederlands paardenras. Voor de instandhouding van zeldzame rassen is het van groot belang om de populatiegrootte en de toename in inteelt en verwantschap in de populatie te monitoren. Daarom is de Nederlandse Trekpaardenpopulatie geanalyseerd op basis van afstammingsgegevens. Daarbij zijn ook maatregelen geformuleerd die de inteelttoename in deze populatie zou kunnen terugdringen en zijn interessante Trekpaardhengsten geïdentificeerd voor aanvulling van de genenbank collectie.

Resultaten onderzoek

Populatietrends

In de periode van 1996-2009 werden nog gemiddeld 655 veulens per jaar geboren, terwijl het aantal veulens per geboortejaar in de periode van 2010-2016 gestaag daalde naar 320 in 2016. Er werden verhoudingsgewijs ook minder Trekpaarden ingezet voor de fokkerij. Twee generaties geleden werd nog circa 50% van de merrieveulens en 10% van de hengstveulens op latere leeftijd ingezet in de fokkerij. In de huidige generatie zijn deze percentages gereduceerd tot circa 20% voor de merrieveulens en 3% voor de hengstveulens.

Verwantschap en inteelt

Een aanzienlijke stijging werd vastgesteld in de verwantschap tussen de paarden die worden ingezet voor de fokkerij. De gemiddelde verwantschap steeg met 0,5% in de periode van 1987-1997, met 0,7% in 1997-2007 en met ruim 1,3% in de periode 2007-2017. Met de berekende inteelttoename reeds boven de door FAO gestelde norm van 0,5% per generatie (de inteelttoename bedroeg 1,3% in de periode van 2007-2017), is de voorspelling dat de inteelttoename in de toekomst nog verder zal stijgen. 

Maatregelen terugdringen inteelttoename

Uit het onderzoek werd duidelijk dat maatregelen nodig zijn om de inteelttoename in de Nederlandse Trekpaardenpopulatie terug te dringen. Een aantal maatregelen werd geformuleerd die kunnen bijdragen aan het terugdringen van de inteelttoename. Allereerst zou de verwantschap van de dekhengsten en hengsten uit de genenbank met de huidige populatie gepubliceerd moeten worden door het stamboek (KVTH) om de waarde van een hengst met oog op genetische diversiteit inzichtelijk te maken. Daarbij zou het gebruik van hengsten met een lage verwantschap gestimuleerd moeten worden en het gebruik van hengsten met een hoge verwantschap afgeraden. Ook zou de verwantschap meegenomen moeten worden bij de beslissing om een hengst te selecteren. Daarnaast zou de individuele merriehouder inteeltberekeningen moeten kunnen uitvoeren om bij de paringskeuze de verwantschap tussen de merrie(s) en voor ogen hebbende dekhengst(en) mee te kunnen nemen.

Daarnaast is het geven van meer voorlichting over inteelt en de mogelijke gevolgen ervan door het stamboek van belang. Verder zouden dekhengsten meer gelijkmatig moeten worden ingezet, zodat niet een beperkt aantal hengsten een grote invloed op de populatie heeft. Ook het uitbreiden van de genenbank collectie voor het Nederlands Trekpaard is verstandig, om de genetische diversiteit voor lange termijn veilig te stellen. Vervolgonderzoek is nodig om vast te stellen of meer uitwisseling van paarden met de Belgische Trekpaardenpopulatie zou kunnen bijdragen aan het terugdringen van inteelttoename. Ook het vergroten van de fokpopulatie door meer mensen te interesseren voor de fokkerij zou kunnen bijdragen aan het terugdringen van de inteelttoename, aangezien daarmee het aantal geboren veulens per jaar verhoogd kan worden.

Contact

Anouk Schurink

(Bron foto: Myrthe Maurice-van Eijndhoven)