mais, foto Pixabay

Nieuws

Maïs als krachtvoer

Gepubliceerd op
4 april 2018

Maïs wordt in Nederland vooral als snijmaïs verwerkt waarbij de hele plant wordt verhakseld. Maar als je alleen de kolf (mks) of korrel (ccm) verwerkt, is de voederwaarde beter.

Bij de verwerking van snijmaïs wordt de hele plant verhakseld en ingekuild. Maar de voederwaarde van de stengels van de plant is niet zo hoog. De meeste voederwaarde zit in de kolf, of eigenlijk in de korrels. Bij maïskolfsilage (mks) verhaksel je de hele maïskolf en kuilt die in. Je kunt ook alleen de korrels oogsten, malen en inkuilen als corn cob mix (ccm). Vakblad Veeteelt licht in een special over maïs beide methoden uit.

Krachtvoer

Door het hoge zetmeelgehalte zijn mks en ccm goede vervangers van krachtvoer, aldus het vakblad. Maar de teelt van krachtvoermaïs is de laatste jaren afgenomen door de derogatievoorschriften. Minstens 80% van je areaal moet als grasland in gebruik zijn.

Toch zijn er boeren die bewust overstappen op krachtvoermaïs zoals melkveehouder Bert Middag uit Wapse. Ccm is een vast onderdeel van zijn bouwplan omdat dit product een hogere voederwaarde heeft. Met de maïsplant zelf kan een koe niet zoveel, zo zegt hij.

Bodembacteriën

In een tweede artikel met de kop 'Harde werkers onder de grond' gaat het vakblad in op de mogelijkheid om bacteriën in te zetten bij de teelt van maïs. Bodembacteriën spelen een belangrijke rol in het bodemleven. Ze zorgen dat er meer stikstof beschikbaar is voor de plant, zetten organisch materiaal om in voedingsstoffen en zorgen voor een betere bodemstructuur. Je kunt bacteriën toevoegen door ze als coating op maïszaad aan te brengen, of je mengt ze met mest.

Meeropbrengst

Het vakblad meldt dat met bacteriën gecoat maïszaad in een praktijkproef leidt tot 3,5% meer zetmeelopbrengst. De coating stimuleert de wortelgroei en dankzij de bacteriën kunnen planten meer voedingsstoffen opnemen. En uit een veldproef in Twente blijkt dat een bacteriële bodembemesting resulteerde in 9% meer drogestofopbrengst.

(Bron foto: Pixabay)