Bron: Thinkstock

Nieuws

Meer arbeidsmigranten in voedselketen

Gepubliceerd op
13 december 2014

Het aantal arbeidsmigranten nam tussen 2001 en 2011 toe, terwijl het aantal Nederlandse werknemers daalde: in de landbouw & visserij met 49.400. Het aantal agrarisch ondernemers daalde met 35.000.

In de meeste andere sectoren nam het aantal zelfstandigen vooral toe. De afname in de landbouw-/visserijsector wordt gezien als effect van schaalvergroting, waarbij meerdere kleine bedrijfjes zijn opgegaan in grotere eenheden.

Dit is onder meer te lezen in het rapport Grensoverschrijdend aanbod van personeel van SEO Economisch Onderzoek, geschreven in opdracht van het Ministerie van SZW.

Voedingsindustrie en landbouwgroothandel

De afname van het aantal Nederlandse werknemers is overigens niet alleen merkbaar in de landbouw & visserij (zie ook het artikel Verdringing tuinbouw door arbeidsmigrant op de website PaprikaNet). De grootste leegloop, betreffende Nederlandse werknemers, vond plaats in de industrie met 186.300 mensen. En dan met name in de voedingsindustrie en procesindustrie. SEO noemt ook de verschuiving naar meer buitenlandse werknemers opvallend betreffende de groothandel in landbouwgerelateerde activiteiten.

Afnames subsectoren

In tabel 3 van het rapport is te zien dat in de groothandel in landbouwproducten 2500 minder Nederlandse werknemers werkzaam waren in de genoemde periode. Betreffende industrie: in de slachterijen en vleesverwerking zijn 6900 minder Nederlandse werknemers ingezet, evenals voor de vervaardiging van brood en banketbakkerswerk (6400). In de verwerkende industrie van aardappels, groenten en fruit is het aantal Nederlandse werknemers gelijk gebleven. In de groothandel in voedings- en genotmiddelen zijn juist 1800 meer Nederlandse krachten ingezet.

Focussegmenten

Wat er is gebeurd met de vroegere Nederlandse werknemers uit de sectoren landbouw, bouw, transport en voedingsindustrie (in het rapport focussegmenten genoemd vanwege relatief grote verschuivingen) is eveneens terug te vinden in het rapport. Zo is door de verschuivingen in de landbouw sprake van een toename van inactiviteit onder Nederlanders met een niet-Westerse achtergrond (in het rapport allochtonen genoemd). Verder is 51% van de mensen die eerst in de landbouw werkzaam waren, in 2011 werkzaam in een andere sector. In de andere focussegmenten is de overstap minder vaak gemaakt.

Europese detacheringsrichtlijn

Op de website van de Rijksoverheid wordt de Europese detacheringsrichtlijn in het artikel Onderzoek arbeidsmigratie: verdringing door ongelijke concurrentie uitgelicht als een oorzaak van de grote verschuivingen c.q. 'oneerlijke concurrentie'. Deze richtlijn 'zorgt ervoor dat werkgevers een kostenvoordeel kunnen behalen door gebruik te maken van detachering via buitenlandse bedrijven'. Op microniveau, zo is de conclusie van de onderzoekers, zijn de gevolgen van verdringing beperkt.

Algemeen: toename arbeidskrachten

Het absoluut gezien grootst aantal arbeidsmigranten is -door alle sectoren heen- afkomstig uit zogenaamde MOE-landen (Midden- en Oost-Europese landen). In 2011 waren 268.000 mensen uit deze landen werkzaam in Nederland, in 2001 waren dat er 32.000. Het totaal aantal arbeidsmigranten is tussen 2001 en 2011 toegenomen van 4,9 naar 7,7%. Ook het aantal Nederlandse werknemers is toegenomen en wel met 350.000.

Sectoren waar het aantal Nederlandse werknemers is toegenomen zijn onder meer onderwijs (86.100), detailhandel (78.400) en zakelijke dienstverlening (111.900). In absolute aantallen gezien, vormde de gezondheidszorg & welzijnssector een uitschieter met een toename van 346.200 Nederlandse werknemers tussen 2001 en 2011.


(Bron foto: Thinkstock)