maïs, foto Pixabay

Nieuws

Meer nitraatuitspoeling bij afwisseling maïs en gras

Gepubliceerd op
29 juni 2018

Snijmaïs wordt als voedergewas vaak geteeld in rotatie met gras. Maar juist die rotatie leidt tot hogere nitraatuitspoeling dan bij een continuteelt. Toch is gewasrotatie gewenst. Om nitraatuitspoeling te beperken, kun je wel wat doen. Een aangepaste bemesting bij eerstejaars maïs op gescheurd grasland bijvoorbeeld.

De nutriëntenbelasting van ons grondwater is nog steeds te hoog, zo bleek uit het vorig jaar verschenen rapport 'Evaluatie meststoffenwet 2016' van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De nitraatnorm van maximaal 50 mg nitraat per liter grondwater is wel bijna overal gehaald wordt, maar niet in het zuidelijk zandgebied. Daar werd gemiddeld nog een overschrijding van 30 mg nitraat per liter grondwater geconstateerd. Er zijn wel verklaringen voor die overschrijding. Zo is de zandgrond wat meer gevoelig voor uitspoeling. En dat het aandeel maïs wat groter is dan gemiddeld, kan ook een rol spelen, schrijven onderzoekers in het artikel 'Het effect van rotatie van maïs en gras op de nitraatuitspoeling'. Zij gaan in dat artikel in op de verschillen in nitraatuitspoeling in percelen met maïs en gras, of een combinatie van die teelten.

Denitirificatie

Ze hebben daarvoor gegevens van Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid geanalyseerd. Uit de cijfers blijkt dat de nitraatconcentratie onder percelen waar het voorgaande jaar maïs is geteeld ongeveer twee keer zo hoog is als onder grasland. Dat de nitraatconcentratie onder grasland lager is, is te verklaren omdat het denitrificatieproces er sterker is. In dat proces wordt nitraat omgezet in stikstofgas. En maïsland ligt na de teelt enige tijd braak waardoor achtergebleven stikstof makkelijk uitspoelt als nitraat.

Graszode

Maar uit de cijfers blijkt ook dat niet alleen de voorafgaande teelt van invloed is op de nitraatconcentratie. Ook de teeltgeschiedenis doet er toe. Als je grasland scheurt, komt er vrij veel stikstof vrij waardoor de nitraatconcentratie stijgt. In een eerstejaars maïsteelt na grasland kan de nitraatconcentratie daarom wel 100 mg per liter grondwater bedragen. De stikstof die vrijkomt uit de graszode wordt niet geheel opgenomen door maïs. Als je bij de bemesting van een eerstejaars maïsgewas daar geen rekening mee houdt, spoelt het teveel aan stikstof uit als nitraat.

Teel je wat langer maïs, dan zie je dat die nitraatconcentratie daalt omdat het effect van het scheuren van grasland verdwijnt. Zaai je gras na maïs, dan duurt het een paar jaar voordat het denitrificatieproces weer op peil is en de nitraatconcentratie weer daalt.

Gewasrotatie

Een permanente teelt van maïs of gras lijkt tot een lagere nitraatuitspoeling te leiden, dan een rotatie van gras en maïs. De onderzoekers concluderen daarom dat je nitraatuitspoeling kunt beperken door de gewasrotatie te beperken. Maar dit conclusie staat haaks op landbouwkundige adviezen om gewassen af te wisselen. Een continuteelt is immers ongunstig voor het gehalte aan organische stof in de bodem of de bodemgezondheid. Bovendien is gewasrotatie een middel om ziekten en plagen tegen te gaan. En onderzoek op proefbedrijf de Marke wijst ook uit dat de nitraatuitspoeling juist lager is bij rotatie van gras en maïs.

Aangepaste bemesting

Gewasrotatie is daarom toch gewenst. Om nitraatuitspoeling toch te beperken, zou je langere gewasrotaties aan kunnen houden. Je kunt de bemesting van een eerstejaars maïsgewas op gescheurd grasland kunnen beperken. En er zijn nog wel wat meer mogelijkheden. Om de uitspoeling te beperken zijn boeren op zand- en löss-grond al verplicht na maïs een vanggewas te telen. Je zou de maïs wat vroeger kunnen oogsten zodat het gras als volggewas beter kan groeien en meer stikstof kan vastleggen. En je kunt ook gras al onderzaaien tijdens de teelt van maïs.

(Bron foto: Pixabay)