kas, foto Thinkstock

Nieuws

Meer samenwerking tussen de vier voedselregio's

Gepubliceerd op
19 februari 2018

In Nederland zijn er vier voedselregio's waarin ondernemers, overheid, onderzoekers en onderwijs samenwerken in het agrocomplex. Die vier regio's hebben veel overeenkomsten, maar er zijn ook verschillen. Door meer samenwerking kunnen de regio's elkaar versterken.

Er zijn vier Nederlandse regio’s die food & agro als specialisatie hebben: regio FoodValley (Gelderse Vallei), regio Rivierenland, AgriFood Capital (Noordoost-Brabant) en regio Venlo (Noord-Limburg). Die regio's hebben veel overeenkomsten. Zo produceren ze met het agrocomplex (akkerbouw, veehouderij, tuinbouw en indirecte activiteiten) een bovengemiddeld aandeel in de bruto toegevoegde waarde (TGW).

Agrocomplex

Het rapport 'Benchmark Voedselregio's' zet van die vier regio's veel kengetallen op een rij. Onderzoekers Wageningen Environmental Research hebben dat rapport opgesteld om in beeld te brengen hoe het agrocomplex van de vier regio's van elkaar verschilt. Wat zijn de specifieke kwaliteit van de regio's? Kunnen de regio's elkaar versterken door samen te werken?

Het rapport begint met enkele algemene cijfers. Zo telt de Nederlandse land- en tuinbouw in 2015 ca. 64 000 bedrijven, ruim 120 000 arbeidsplaatsen en een bruto toegevoegde waarde (TGW) van € 5,5 miljard. Op basis van de omvang van de TGW zijn veehouderij (45%) en tuinbouw (43%) de belangrijkste agrosectoren. De 4 voedselregio's beslaan 9% van het Nederlandse landbouwareaal, maar produceren 15% van de bruto TGW. Als je kijkt naar het aantal bedrijven is de Brabantse AgriFood Capital de grootste regio, maar de regio Venlo heeft de hoogste TGW.

Vier regio's

De vier regio’s onderscheiden zich door een relatief intensieve agrarische productie met specialisaties in intensieve veehouderij of tuinbouw. Per regio zijn er wel verschillen. Zo produceren de tuinbouwsectoren in de regio's Venlo en Rivierenland meer dan de helft van de TGW, terwijl dat in de regio's FoodValley en AgriFood Capital de intensieve veehouderij is die het grootste aandeel levert. Het aandeel van grondgebonden veehouderij en akkerbouw, de minst intensieve sectoren, ligt in alle vier de regio’s onder het landelijk gemiddelde.

Er zijn nog andere verschillen. Zo legt de regio FoodValley sterke nadruk op onderzoek en onderwijs. De regio AgriFood Capital wordt gekarakteriseerd door een krachtige voedselindustrie in combinatie met een sterke specialisatie in de
varkenshouderij. En voor de regio's Rivierenland en Venlo is de primaire sector van belang. Voor Rivierenland gaat dat om fruitteelt, de teelt van champignons, snijbloemen en laanbomen. En voor de regio Venlo is dat intensieve veehouderij en de tuinbouw, zowel de glastuinbouw als tuinbouw in de volle grond.

Samenwerking

Op basis van de analyse komen de onderzoekers met een aantal aanbevelingen voor samenwerking om de regio's te versterken. Genoemd worden onder meer kennisuitwisseling, gezamenlijke visieontwikkeling, het opzetten van campagnes voor verbreding van draagvlak en verduurzaming.

(Bron foto: Thinkstock)