brood, foto Pixabay

Nieuws

Melk en graan in het neolithisch voedingspatroon

Gepubliceerd op
8 februari 2018

Het grootste deel van de prehistorie leefden mensen als jager-verzamelaars. Daarom zou hun dieet, het paleodieet, gezond zijn. Nadat mensen overstapten op landbouw, paste ons lichaam zich aan. Daarom halen we nu een groot deel van onze energie uit melk, granen en peulvruchten.

Tijdens de oude steentijd, het paleolithicum, leefden mensen in kleine groepen waarbij ze jaagden en voedsel verzamelden. Deze periode nam een groto deel van de menselijke geschiedenis in beslag en duurde van 2,6 miljoen jaar geleden tot ongeveer 15.000 jaar geleden. Maar Vanaf 12.000 voor Christus veranderde de leefwijze van mensen fundamenteel, zo legt Voeding Magazine uit, het eerst in Zuidwest-Aziƫ.

Landbouw

Mensen bleven op een vaste verblijfplaats en gingen zelf voedsel produceren. Hun voedselpatroon veranderende ook: ze werden afhankelijker van granen. Deze verandering heet de neolithische transitie, de overgang naar de nieuwe steentijd. In het artikel 'Van Paleo naar Neolithisch' legt het vakblad uit hoe het huidige voedingspatroon zicht ontwikkelde.

Granen

Het aanbod van granen en peulvruchten vormde een betrouwbaardere bron van koolhydraten. Verbouwd graan leverde het grootste deel van de energie, ongeveer 20% van de calorieƫn kwam uit verzameld voedsel. Doordat er meer voedsel beschikbaar was, kon de bevolking toenemen, maar uit onderzoek aan botgroei of vorming van tanden blijkt dat de algemene gezondheid ook afnam.

Melk

Een volgende verandering was de overstap op veeteelt. Mensen gingen geiten, schapen, varkens en runderen houden, tegelijkertijd vond veredeling van gewassen plaats door selectie. 11.000 jaar geleden werd het schaap getemd, 10.500 jaar geleden het rund. Die veranderingen zorgde ervoor dat melk opgenomen werd in het voedsel van de neolithische mens. De eerste bewijzen voor melkconsumptie stammen van zo'n 9.000 jaar geleden.

Lactose

Om melk te kunnen verteren moet je over het enzym lactase beschikken dat lactose in de melk geschikt maakt voor opname door de darmwand. Bij zoogdieren neemt de productie van dit enzym af na de zoogperiode. Door melk te fermenteren, bijvoorbeeld door er yoghurt van te maken, verlaag je het lactosegehalte waardoor melk wel verteerbaar is.

Een deel van de mensheid heeft zich genetisch aangepast aan een dieet met melk, en blijft lactase produceren. 90% van de volwassenen in Noordwest-Europa heeft deze aanpassing en kan als volwassen lactose verteren. Lactase-persistentie vind je vooral in de regio's waar van oudsher zuivelproducerende volkeren leefden.

Voedingspatroon

De aanpassingen aan het voedselaanbod in de neolithische periode werkt nu nog door in ons voedingspatroon. Nog steeds halen we een groot deel van onze energie en voedingsstoffen uit een dieet met granen, peulvruchten en melk.

(Bron foto: Pixabay)