landbouwspuit, foto Pixabay

Nieuws

Mental shift in gewasbescherming

Gepubliceerd op
19 november 2018

Chemische bestrijdingsmiddelen hebben onbedoelde neveneffecten op mens en milieu en de groeiende zorg in de maatschappij leidt vaker tot debat. Onder telers en adviseurs is de kiem van een mental shift waarneembaar.

Decennia lang kon de land- en tuinbouw beschikken over een scala aan chemische bestrijdingsmiddelen om hun gewassen te beschermen. Het voordeel van chemische middelen is de relatief lage kostprijs. Maar steeds vaker lopen we tegen grenzen aan schrijven Eric Hees en Peter Leendertse van CLM Onderzoek en Advies in het verenigingsblad 'Gewasbescherming' van de KNPV.

Neveneffecten

Middelen hebben onbedoelde neveneffecten op mens en milieu. Zo zijn er vermoedelijk neveneffecten op bijen en andere bestuivers. Daarnaast ontwikkelen veroorzakers van ziekten en plagen resistentie tegen de middelen. Bovendien worden de toelatingsdossiers voor nieuwe middelen steeds kostbaarder waardoor middelenproducenten soms afzien van toelating voor kleinere teelten. En steeds vaker is er maatschappelijk debat over de toepassing van chemische middelen.

Mental shift

De auteurs schrijven in het artikel 'Naar een mental shift in de gewasbescherming' dat onder telers en adviseurs is een kiem van een mental shift waarneembaar is. Bij hen is er een groeiend besef dat je chemie niet gestandaardiseerd moet toepassen. Zij realiseren zich dat chemisch ingrijpen een systeem-vreemde ingreep is, die gevolgen kan hebben voor het biologisch evenwicht in een biotoop, voor bestuivers of voor het bodemleven.

Herbiciden

Als voorbeeld noemen de auteurs de traditionele zwartstroken in de fruitteelt die vrij gehouden worden met herbiciden. Deskundigen zetten steeds vaker vraagtekens bij het effect van die zwartstroken. Zijn ze wel nodig? Kun je er muizenschade mee voorkomen? Of de vorstschade beperken? Daarbij wordt steeds duidelijker dat die herbiciden in grond- en oppervlaktewater worden gevonden. Bovendien is weinig bekend over het effect van het bodemelven. Je ziet daarom ook een toenemende interesse in mechanische onkruidbestrijding.

Resistentie

Een ander voorbeeld is de bestrijding van plaaginsecten. Juist híer zijn de risico’s van resistentie en onbedoelde neveneffecten groot, aldus de auteurs. Zo is spint nadat het decennia lang is weggeweest, weer een plaag. Ook de perenbladvlo is de laatste decennia als plaag snel gegroeid.

Toch verloopt de omschakeling naar een andere gewasbescherming traag. Dat zou kunnen komen omdat alternatieve methoden soms minder snel werken of minder effectief zijn. Bovendien zijn ze vaak duurder en arbeidsintensiever. Veel alternatieven passen bij een hoge schadedrempel terwijl de consument vaak een smetteloos product verwacht.

Lange termijnvoordelen

Toch zien de auteurs wel prikkels die voor een mental shift kunnen zorgen. Die moet je zoeken in lange termijnvoordelen van alternatieven. Je kunt denken aan een gezonde bodem die leidt tot een weerbaar gewas. Je zou ook alternatieven financieel kunnen faciliteren. En je zou goedkopere alternatieven kunnen ontwikkelen.

Tenslotte kunnen NGO’s, retailers en consumentenorganisaties werken aan betere consumentenvoorlichting en een meerprijs voor duurzamere producten. Mede door druk van milieubeweging en retail zit de mental shift er aan te komen, aldus de auteurs van het artikel.

(Bron foto: Pixabay)