Blogpost

Meten is weten

Gepubliceerd op
25 februari 2015

Het bevorderen van fitheid van paarden krijgt veel aandacht omdat we er succesvol mee bezig zijn. Ook in het hippisch onderwijs krijgt het steeds meer gehoor. Docenten, trainers en instructeurs kunnen hun voordeel doen met de opgebouwde kennis en ervaring.

Als bondscoach is het mijn taak om de ontwikkeling van de combinatie paard-ruiter op een niveau te krijgen dat we mondiaal met deze olympische tak van de paardensport meetellen. Fitheid is hierbij een belangrijk aspect. Met de ruiters volgen we daarvoor een aangepast programma bij NOC*NSF. Voor de paarden hebben we een speciaal programma ontwikkeld.

Toen ik in 2005 bondscoach werd, ontdekte ik al vrij snel dat we de paarden niet fit genoeg hadden. Bij eventing - een soort hippische triatlon - gaat het om een combinatie van dressuur, crosscountry en springen met een en dezelfde combinatie. We waren niet goed in het halen van de tijd in de crosscountry en op het laatste onderdeel werden er ook veel springfouten gemaakt. Ik had het gevoel dat die twee dingen iets met elkaar te maken hadden.

Na evaluatie en analyse werd duidelijk dat de paarden in de crosscountry zodanig verzuurden dat ze niet fit waren voor het springen. Ik riep de hulp in van een fysioloog. We hingen een hartslagmeter aan het paard en registreerden tegelijkertijd de snelheid van het paard en de afstand die werd afgelegd. Daarmee zagen we welke afstand het paard gegaloppeerd had, met welke snelheid en welke hartfrequentie en -niet onbelangrijk - hoe het herstel verliep. Op grond van die metingen zijn we gaan kijken of we de paarden fitter konden krijgen. De ruiters krijgen tijdens het galopperen de gegevens van hartslag, snelheid en afstand op hun horloge binnen. Zij zetten de gegevens online zodat ik er met de fysioloog naar kan kijken. Vervolgens geven we het paard om de paar dagen kleine trainingsprikkels door ze iets meer te belasten waardoor ze feitelijk steeds fitter worden.

Omdat we al jaren bezig zijn met het registreren van deze galopgegevens, beschikken we over steeds meer data en komen we ook tot de conclusie dat het blessurepreventief werkt. Vroeger dachten ruiters als ik veel galoppeer, blesseer ik mijn paard. Het is juist andersom. Door paarden heel systematisch fitter te maken en dat heel secuur op te bouwen, krijg je een fitter en sterker paard dat minder snel geblesseerd zal raken.