3 koolmezen, foto Shutterstock

Nieuws

Mezensterfte door vlooien- en tekenmiddel

Gepubliceerd op
14 november 2019

Mezensterfte wordt waarschijnlijk niet veroorzaakt door de middelen die gebruikt worden tegen de buxusmot. Het lijkt er meer op dat diergeneesmiddelen die gebruikt worden tegen vlooien en teken bij honden en katten zorgen voor sterfte onder jonge mezen.

Het is vogelliefhebbers de laatste jaren opgevallen dat de sterfte van jonge mezen in stedelijke gebieden groot is. Omdat die sterfte samenviel met de opkomst van de buxusmot, rees het vermoeden dat de middelen die gebruikt worden om de buxusmot te bestrijden een mogelijke oorzaak zou kunnen zijn.

Buxusmot

In 2018 heeft CLM Onderzoek en Advies samen met het Nederlands Instituut voor Ecologie NIOO-KNAW een verkennend onderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat in de gestorven dode mezen verschillende insecticiden gevonden werden. De onderzoekers concludeerden toen met enige voorzichtigheid dat de chemische middelen die tegen buxusmot gebruikt worden, een mogelijke oorzaak voor die mezensterfte zou kunnen zijn. Maar om dat met zekerheid vast te stellen, is wel nader onderzoek nodig, schreven ze toen.

In het voorjaar van 2019 hebben onderzoekers van CLM opnieuw een uitvoerig onderzoek uitgevoerd. Ze hebben een vergelijking gemaakt tussen het aantreffen van pesticiden in dode jonge mezen uit de stad en uit het bos. Ook is het sterftecijfer van nesten van koolmezen in stedelijke gebieden vergeleken met het sterftecijfer in natuurgebieden, om na te gaan of deze cijfers van elkaar verschillen.

Insecticiden

Voor het onderzoek zijn burgers opgeroepen monsters aan te melden. In totaal werden er 411 monsters aangemeld uit alle provincies, waarvan 253 koolmezen, zo is te lezen in het onderzoeksrapport. Daarnaast zijn nog dode koolmezen uit natuurgebieden verzameld. Uit al die monsters is een selectie gemaakt van 41 te analyseren monsters. Daarvan waren 10 monsters afkomstig uit een natuurgebied, 17 uit de stad, waar bestrijding tegen buxusmot zou hebben plaatsgevonden en 14 monsters, ook uit de stad, maar waar geen bestrijding tegen buxusmot had plaatsgevonden.

In totaal zijn er 26 verschillende bestrijdingsmiddelen aangetroffen in de monsters van dode jonge koolmezen: insecticiden, herbiciden, en fungiciden. Het overgrote deel (64%) betrof insecticiden. Opvallend dat van die insecticiden er een aantal stoffen zijn die als diermedicijn worden gebruikt om vlooien en teken bij honden te bestrijden: fipronil, imidacloprid, permethrin en propoxur. Verder valt op dat in meer dan de helft van de monsters in de stad en in de natuur het al sinds 1973 verboden insecticide DDT is aangetroffen.

Vlooien en teken

De pesticiden kunnen op verschillende manieren in de jonge mezen terechtkomen: via het voedsel, via huidcontact of via maternale doorgifte. In de eerdere studie richten de onderzoekers zich sterk op de route via het voedsel. De route via huidcontact was nog niet eerder beschreven. Kale jonge mezen worden in het nest mogelijk blootgesteld aan haren van honden en katten die zijn behandeld met diergeneesmiddelen tegen vlooien en teken.

Op basis van de gevonden pesticiden concluderen de onderzoekers dat het onwaarschijnlijk dat de sterfte van de jonge koolmezen is veroorzaakt door bestrijding van de buxusmotrups. Bovendien blijkt uit een Belgische studie dat de mezensterfte niet is toegenomen nadat buxusmot werd geconstateerd. Het lijkt waarschijnlijker dat middelen die bij huisdieren gebruikt worden tegen vlooien en teken sterfte onder jonge mezen veroorzaken.

De onderzoekers komen met een aantal aanbevelingen. Zo zouden honden en kattenbezitters haren niet in tuin of natuur moeten achterlaten. Voorlichting aan particulieren over het risico van diergeneesmiddelen tegen vlooien en teken zou verbeterd moeten worden. En het Bureau Diergeneesmiddelen, de toelatingsinstantie voor diergeneesmiddelen, zou deze blootstellingsroute moeten meewegen bij de beoordeling.

(Bron foto: Shutterstock)