koeien, foto Thinkstock

Nieuws

Minder broeikasgas in de melkveehouderij is mogelijk

Gepubliceerd op
13 juni 2019

De melkveehouderij moet een forse inspanning leveren om de klimaatdoelstellingen te halen. Een structurele aanpassing van het bedrijfssyteem is nodig om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

In het concept klimaatakkoord staat dat de sector 'Landbouw en landgebruik’ in 2030 een reductie van de uitstoot van broeikasgassen van 3,5 megaton moet hebben gerealiseerd. En in 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen nog verder verminderen. De energievoorziening moet dan bijna helemaal duurzaam zijn. De uitstoot van CO₂ en andere broeikasgassen is dan 80-95% minder vergeleken met 1990. Een aanzienlijk deel van die vermindering moet komen uit de melkveehouderij, schrijft vakblad Veeteelt.

Klimaatdoelstellingen

In het artikel 'Minder broeikasgas gaat over meer dan nationale melkplas' zet Wagenings onderzoeker Theun Vellinga mogelijkheden op een rij. Het moet mogelijk zijn de klimaatdoelstellingen van 2050 - ook met de huidige omvang van de veestapel - te halen, zo zegt hij, maar dat vraagt wel drastische aanpassingen. Het gaat daarbij om structurele aanpassingen in het bedrijfssysteem.

Zo moet je af van het gebruik van drijfmest. Je zult er naar toe moeten door vaste mest en gier in de stal te scheiden. Door een aanpast rantsoen of specifieke toevoegmiddelen kun je methaanemissie bij koeien verminderen. Daarnaast zal er een volledige energietransitie plaats moeten vinden. In 2050 moet je geen gebruik meer maken van fossiele brandstoffen.

Landgebruik

Ook het landgebruik moet anders. Zo moet je de veenoxidatie verminderen en meer CO₂ vastleggen in de bodem door het organisch stofgehalte te verhogen. Voor het afvangen van broeikasgassen zou het het meest effectief zijn de koeien permanent in dichte stallen te huisvesten, maar dat zal veel maatschappelijke weerstand operoepen, denkt Vellinga.

Vellinga vindt dat je je bij de uitstoot van broeikasgassen in de melkveehouderij niet te sterk moet richten op de uitstoot van hoeveelheden CO₂ per kilo melk. Je moet ook kijken naar de vleesproductie. Het is wat dit betreft niet zo verstandig een zo hoog mogelijke melkproductie na te streven. Hoogproductieve koeien produceren relatief weinig vlees. Je zou je bij de fokkerij moeten richten op koeien die bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden en een wisselend aanbod van voer. Dubbeldoelkoeien doen het dan beter dan hoogproductieve melkkoeien.

Schakels in de keten

Daarnaast vindt hij dat bij de productie van melk je ook moet kijken naar de uitstoot van broeikasgassen door toeleverende bedrijven, zoals de veevoer- en kunstmestindustrie. Van de totale emissie bij de productie van melk wordt in de nationale emissieregistratie maar ongeveer 45 tot 50% toegerekend aan de sector landbouw. De bijdrage die de sector levert in alle schakels van de keten zou je mee moeten rekenen als het om melkproductie gaat, vindt Vellinga.

(Bron foto: Thinkstock)