Aardappelen, foto: Thinkstock

Nieuws

Miniknollen steeds vaker toegepast in pootgoedteelt

Gepubliceerd op
14 maart 2012

Steeds meer telers kiezen voor miniknollen als basis voor de pootgoedvermeerdering. Miniknollen hebben als voordeel dat ze ziektevrij zijn. De teelt vraagt wel extra zorg.

Miniknollen

Bij miniknollen begint de vermeerdering in het laboratorium. Kleine stukjes van een aardappelscheut of -plant worden in vitro opgekweekt tot kleine plantjes. De plantjes groeien in de kas verder en vormen kleine knolletjes. Dit zijn de miniknollen die naar het handelshuis of de teler gaan.
Daar worden de miniknollen in een kas verder vermeerderd om nog meer miniknollen produceren. Het hele proces wordt nauwkeurig gecontroleerd op schimmels en bacteriƫn.

Opbrengst

Miniknollen zijn duur. Daarom wil de teler zoveel mogelijk pootaardappelen uit een miniknol halen. Hiervoor is de kwaliteit en het formaat van de miniknol van belang. Maar ook de teler kan invloed uitoefenen door goede teeltomstandigheden en de juiste plantafstand.

Mechanisatie

Steeds grotere partijen pootaardappelen worden uit miniknollen geteeld. Daarom wordt de teelt gemechaniseerd. Er bestaan al poot- en rooimachines die zijn aangepast aan de teelt van miniknollen.

Zelf miniknollen telen

Sommige telers produceren liever hun eigen miniknollen. Het voordeel is dat ze de kwaliteit dan zelf in de hand hebben. Het telen van miniknollen gebeurt in de kas. Het is dus tuinbouw en heel anders dan akkerbouw. Dit vraagt andere vaardigheden van de teler.

Grotere vraag

Steeds meer telers maken gebruik van miniknollen. Handelshuizen streven bovendien naar een kortere vermeerderingsperiode (minder generaties) om de kwaliteit van handelspootgoed te verbeteren. De vraag naar miniknollen groeit dus. Eigen teelt van miniknollen kan in die vraag voorzien.


(Bron foto: Thinkstock)