Bij bloesem, foto Shutterstock

Nieuws

Nationale Bijenstrategie om bijen te redden

Gepubliceerd op
24 januari 2018

De bijenstrategie die op maandag 22 januari door het ministerie van LNV en 43 partners is ondertekend, moet ervoor zorgen dat de bijen het in 2030 veel beter doen. Het aantal bijensoorten dat bedreigd is moet dan met 50% afgenomen zijn. En bijen moeten in aantal toenemen.

Bijen zijn door hun rol in het bestuiven van planten onmisbaar voor de flora en fauna in Nederland. Bovendien hebben ze een cruciale economische functie in de land- en tuinbouw, zo is te lezen in de Nationale Bijenstrategie die 43 organisaties op 22 januari hebben ondertekend, waaronder het Kenniscentrum Natuur en Leefomgeving (KCNL). Zo is bestuiving door bijen noodzakelijk voor meer dan 75% van onze voedselgewassen, vooral groenten en fruit, en voor meer dan 85% van de wilde planten in de natuur. En bestuivende insecten zijn verantwoordelijk voor 18 tot 68% van de opbrengst van de gewassen appel, peer, aardbei en blauwe bes.

Bijensterfte

Het zijn niet alleen de honingbijen die belangrijk zijn voor de bestuiving van planten, ook de wilde bijen spelen een belangrijke rol. In Nederland zijn er zo'n 360 wilde bijensoorten. Maar de bijen staan onder druk. Bij de honingbij wordt vaak wintersterfte geconstateerd. Als oorzaak wordt bijenziekten en -plagen genoemd. Het gaat dan om parasieten, zoals de Varroa-mijt en bacteriƫn, zoals Amerikaans vuilbroed. Maar er zijn ook zorgen over de wilde bijen. Meer dan de helft van de wilde bijensoorten wordt bedreigd en staan op de Rode Lijst Bijen. Door afname van de biodiversiteit hebben wilde bijen het moeilijk. Er is onvoldoende voedselaanbod en nestgelegenheid.

Doelstellingen

Het doel van de Bijenstrategie is deze negatieve ontwikkeling te stoppen door biodiversiteit te bevorderen, te werken aan een geschikte leefomgeving, door meer goed opgeleide imkers te helpen of duurzame gewasbescherming toe te passen. In de bijenstrategie zijn doelstellingen opgenomen voor 2023 en 2030. Zo moeten er in 2023 30% minder soorten zijn die ten opzichte van 2012 in aantal afnemen, en 50% minder soorten in 2030. En er moeten meer soorten zijn die ten opzichte van 2012 in omvang toenemen: 30% meer in 2023 en 50% meer in 2030. En in 2030 moet bestuiving bij 90% van de planten niet langer een beperkende factor zijn in de zaadzetting van planten.

(Bron foto: Shutterstock)