Heideblauwtje, foto: Olaf Leillinger

Nieuws

Natuurgebied de Leemputten: thuis voor vlinders

Gepubliceerd op
18 april 2015

Natuurgebied de Leemputten bij Staverden (Veluwe) biedt aan -vrijwel zeker- 9 soorten dagvlinders permanent onderkomen. Bij deze vaste populatie kunnen vermoedelijk nog eens 7 soorten worden opgeteld.

Dit blijkt uit 15 jaar monitoring (1997-2011) van de zogeheten vlinderroute -een 'monitoringroute'- in het noordelijk deel van de Leemputten. In die periode zijn 30 soorten dagvlinders waargenomen in de Leemputten – 29 daarvan langs de route. Ongeveer de helft van de waargenomen vlinders wordt gezien als trekker of incidentele zwerver.

Vast, maar klein in getale

Betreffende de soorten die een (vermoedelijk c.q. vrijwel zeker) vaste populatie in de Leemputten hebben, worden echter jaarlijks kleine aantallen gezien. 'Het heideblauwtje, bruin zandoogje, klein geaderd witje, groot dikkopje en gentiaanblauwtje vliegen wel in redelijke aantallen', meldt vakblad Vlinders in een samenvattend artikel over de monitoring (Vijftien jaar vlinderinventarisatie in de Leemputten).

Ontwikkeling door de jaren heen

Een aantal van deze soorten staat op de Rode Lijst. Denk aan eerst- en laatstgenoemde vlinder. In een tabel is duidelijk te zien hoeveel van elke soort zijn geteld per jaar – over de afgelopen 15 jaar. Ook de aardbeivlinder is een Rode Lijst-vlinder en is een tijd tot vaste bewoner gerekend, maar is sinds 2006 verdwenen. In een andere tabel is af te lezen welke soort wordt gerekend tot vaste populatie, vermoedelijke populatie en zwervers/trekkers.

Bijzondere bodemgesteldheid

Met een blik op het verleden legt het vakblad Vlinders ook uit hoe het gebied –de Leemputten- aan haar naam kwam en waardoor de bodemsituatie van plek tot plek zo verschilt. Meer over deze bodem en het beheer daarvan is ook te lezen in het verslag Herstelbeheer soortenrijke natte heide. Het vakblad spreekt in elk geval van een bijzondere bodemgesteldheid, ideaal voor een bijzondere vegetatie 'waardoor het gebied grote bekendheid verwierf onder floristen'. Een aantal bijzondere plantensoorten wordt genoemd, evenals andere organismen die ook profiteren van de bodem. Denk aan bijzondere paddenstoelen, libellen, zeldzame zweefvliegen, reptielen en amfibieën.

Monitoringroutes in natuurmonument

In het voor publiek gesloten gebied (beschermd natuurmonument conform de natuurbeschermingswet) zijn naast de dagvlinderroute dan ook andere 'routes' uitgestippeld: twee algemene libellenroutes, twee soortgerichte libellenroutes, een paddenstoelenroute en een broedvogelroute. Vakblad Vlinders meldt dat de beheerders van de gebieden (noordelijk en zuidelijk deel) verder meewerkten aan diverse projecten, zoals het landelijk project 'zweefvliegen inventariseren' en het regelmatig controleren van reptielenplaten op het voorkomen van de hazelworm en de levendbarende hagedis.


(Bron foto: mannelijk exemplaar van het heideblauwtje (Plebeius argus), fotograaf Olaf Leillinger (eigen werk) [CC BY-SA 2.0 de, GFDL, of CC-BY-SA-3.0], via Wikimedia Commons (bij hergebruik: gaarna referenties rapporteren via olei@despammed.com) )