kas, foto Thinkstock

Nieuws

Nederlandse bananenteelt wellicht antwoord in strijd tegen Panamaziekte

Gepubliceerd op
12 april 2019

Voor het eerst zijn er in Nederland bananen geteeld. Dit biedt wellicht perspectief in de strijd tegen de Panamaziekte, die de wereldwijde bananenteelt in zijn greep houdt.

Bananen telen in Nederland. Het klinkt voor sommigen vast als een futuristisch sprookje. Maar niets is minder waar: afgelopen najaar waren de eerste Nederlandse bananen een feit, geteeld in een kas op de campus van Wageningen Universiteit. Biedt dit experiment een antwoord op de Panamaziekte, die de bananenteelt momenteel wereldwijd in zijn greep houdt? De universiteitsmagazines Wageningen Resource en Wageningen World doen verslag.

Schimmelziektes

Al enige tijd heeft de wereldwijde bananenteelt te maken met schimmelziektes. Door de Black Sigatoka worden de bladeren aangetast, wat alleen met veel pesticidegebruik in de hand te houden is. Nog problematischer is de Panamaziekte, een schimmel die zich in de bodem bevindt en het vaatsysteem van de plant aantast. Het duurt minstens 30 jaar voordat een besmette grond weer gebruikt kan worden. Het mogelijke belang van 'boven de grond telen' wordt hierdoor onderstreept.

Boven de grond telen zet schimmel buitenspel

Het experiment op de Wageningse campus vond plaats in een kas waarbij de bananen geteeld werden op substraat, een kunstmatige bodem van steenwol of kokosnootvezels. Dit wordt ook wel 'boven de grond telen' genoemd, in tegenstelling tot telen in de volle grond. Het telen op substraat voorkomt verspilling van nutriënten en helpt bij het ontsnappen aan bodempathogenen zoals schimmels. Het pesticidegebruik kan hierbij sterk worden teruggedrongen..

Meer variëteit nodig

Hoogleraar en onderzoeker Bert Kema, betrokken bij de eerste Nederlandse bananenteelt van de WUR, is in overleg met de Filipijnen om een grootschalige proef met substraattelen in de open lucht mogelijk te maken. Ondanks de potentie van dit experiment benadrukt Kema het belang van meer genetische variëteit. Het overgrote deel van de 'fruitschaalbananen' komt van het ras Cavendish. Deze monocultuur van klonen vormt een luilekkerland voor plagen, aldus Kema. Genetische variatie is dus nodig om schimmels het hoofd te bieden.

(Bron foto: Shutterstock)