Beek, foto: Thinkstock

Nieuws

Nederlandse beken zijn weinig veranderlijk

Gepubliceerd op
22 mei 2014

Een Nederlandse laaglandbeek verandert van nature niet snel van vorm. Dit maakt beekontwerp voor waterschappen, die de afgelopen 25 jaar werken aan beekherstel, van groot belang. Beken worden onder meer hersteld om wateroverlast te voorkomen.

Andere redenen waarom veel beken -die in de eerste helft van de 20ste eeuw zijn gekanaliseerd- weer hersteld worden, zijn het terugdringen van verdroging en het verbeteren van de ecologische (water)kwaliteit van beeksystemen.

In het rapport ‘Morfodynamiek van Nederlandse laaglandbeken’ van de STOWA, kenniscentrum van de regionale waterbeheerders, zijn aanbevelingen terug te vinden voor beekontwerpen.

Beekherstel vóór groeiseizoen

‘Nederlandse laaglandbeken kunnen het best worden omschreven als kronkelend, of passief meanderend, zonder uitgesproken laterale ontwikkeling in de tijd’, aldus een conclusie in het rapport. Inactief zijn ze daarentegen niet; er vindt wel steeds sedimenttransport plaats.

Als er al veranderingen bij beekherstel plaatsvinden, dan is dat meestal slechts lokaal en vooral in het eerste jaar na aanleg, zo blijkt uit het onderzoek. Reden kan zijn dat vegetatie langs de oevers aanvankelijk ontbreekt, waardoor oevers sneller kunnen eroderen. In een nieuwsbericht over het rapport adviseert de onderzoeker*: ‘het verdient daarom aanbeveling om beekherstel vlak voor het groeiseizoen uit te voeren’.

Doorkruis oude loop niet

Verder moet er rekening mee worden gehouden dat een beek ‘zoekt’ naar morfologisch evenwicht: evenwicht tussen aan- en afvoer van sediment. In de aanbevelingen staat dat er geen goede redenen zijn om het oude beektracé een-op-een over te nemen. Zoals ook in Resource is te lezen (artikel: ‘Waarom onze beken kronkelen’) komt bij beekherstel meer kijken dan de bestudering van de historische loop op een oude kaart. Er moet ook rekening worden gehouden met de heterogeniteit van de ondergrond. Een ander advies luidt om het doorkruisen van de gekanaliseerde loop te voorkomen.

200 jaar de vrije loop

De gegevens uit het onderzoek zijn grotendeels ingewonnen bij vier beekherstelprojecten, waaronder de Lunterse beek. Daarnaast wordt in het rapport meermaals verwezen naar het Geldernsch-Nierskanaal. Dit kanaal is eind 18de eeuw gegraven en heeft 200 jaar de tijd gehad om zich morfologisch te ontwikkelen (in Duitsland is het gekanaliseerd gebleven, in Nederland werd het de vrije loop gelaten).

In vakblad H20 geven de onderzoekers in twee afzonderlijke artikelen een inkijk in de historische analyse die zij maakten voor het Geldernsch-Nierskanaal en de morfologische aanpassingen die de Lunterse beek na het herstel heeft ondergaan.

* Joris Eekhouts promotieonderzoek ('Morphological processes in lowland streams') lag aan de basis van het onderzoek.


(Bron foto: Thinkstock)