Nieuws

Nieuwe aanpak overlast van muizen en ratten in de veehouderij

Gepubliceerd op
23 juni 2021

Voor de aanpak van ratten en muizen worden vaak middelen ingezet die als anticoagulantia werken. Maar die middelen kunnen ook leiden tot vergiftiging van roofvogels of andere dieren. Er zijn nu nieuwe middelen beschikbaar met een kleiner risico voor niet-doeldieren, schrijft vakblad Varkens in een artikel.

Om overlast door ratten en muizen te beperken hanteren veehouders en gespecialiseerde knaagdierbestrijders een stapsgewijze aanpak: voorkomen, monitoring, inzet van vallen en als laatste stap: de inzete van rodenticiden. Voorkomen doe je door muizen en ratten ver van de stallen te houden, bijvoorbeeld door het opruimen van voer- en mestresten. Met een lokaas of lokdozen kun je controleren of ze niet te dicht bij de stallen komen. Mocht dat het geval zijn, dan kun je vallen inzetten. Als dat niet afdoende is, kan een erkende bestrijder rodenticiden inzetten.

Anticoagulantia

Veel rodenticiden werken als anticoagulantia. De dieren sterven door interne bloedingen. Een belangrijk nadeel van die middelen, is dat ze ook giftig zijn voor andere dieren: roofvogels of andere niet-doeldieren. Daarnaast zijn er ratten en muizen die resistentie hebben ontwikkeld. In een artikel in vakblad Varkens wordt daarom aandacht besteed aan een nieuw middel op basis van cholecalciferol, een natuurlijke stof.

Wanneer ratten en muizen een hoge dosis van dit middel binnenkrijgen, gaan ze dood. Het middel zorgt dat de calciumconcentratie in het bloed, zachte weefsels en in organen sterk verhoogt wordt. Dat leidt snel tot sterfte van de muizen of ratten. Voor roofvogels en andere roofdieren is het levert dit middel weinig risico op, aldus het artikel. Ze zouden forse hoeveelheden gestorven muizen of ratten moeten consumeren voordat ze risico oplopen.

Veldproeven

Uit veldproeven blijkt dat de inzet van dit nieuwe middel - in combinatie met een nieuw type lokaas - goed werkt. Het vakblad meldt dat na drie weken vrijwel alle plaagdieren weg zijn en dat dit na vier weken is dat voor 100% het geval is.

(Bron foto: Shutterstock)