Botanical Garden, foto: Pixabay

Nieuws

Pionieren in openbaar groen vraagt moed

Gepubliceerd op
23 januari 2015

Aanplanten volgens de Integrale Beplantingsmethode Ruyten, vaste planten in plaats van heesters en kaalslag voorkomen door tijdige boomvervanging: soms moet je moedig zijn als openbaar groenbeheerder.

In de Vitale Groene Stad, nummer 2 – 2014, drie artikelen over problemen en uitdagingen waar groenbeheerders voor staan. In alle drie de artikelen daarbij ook aandacht voor de kosten en kwaliteit van het openbaar groen; nu en in de toekomst.

Bewonerswensen inkleuren

Zo worden in het artikel ''Mooier, niet duurder en gemakkelijk in onderhoud'' (pag. 36-37) de vooroordelen over vaste planten weggenomen aan de hand van een praktijkvoorbeeld. In het project, uitgevoerd in de gemeente Enschede, is rekening gehouden met bewonerswensen, zoals: niet alleen groen, ook kleur. In het artikel wordt gesteld dat ongeveer 10 jaar nodig is –de minimale verwachtingsleeftijd van de planten- om het succes te kunnen meten van het project. Enschede heeft er vertrouwen in dat het succesvol blijkt te zijn: de planten van haar leverancier staan in andere projecten al meer dan 25 jaar in bloei.

Zie ook het Groen Kennisnet-dossier Vaste planten en bloembollen in het openbaar groen.

Groen kapitaliseren

Met het oog op beheerkosten, die ook pas na verloop van tijd te berekenen zijn, zou groen gekapitaliseerd moeten worden. Dit wordt voorgesteld in het artikel 'Planten vanuit een streefbeeld' (pag. 38-39) over de Integrale Beplantingsmethode Ruyten (IB-R) die op 2 locaties in gemeente Zwijndrecht is toegepast. Bij het 10 jaar vooruit kijken (wat ook hier is gebeurd) hielp genoemde beplantingsmethode – ook met het oog op streefbeeld. De betrokken wethouder over IB-R: 'De bedoeling van deze methode is dat een zorgvuldige inrichting uiteindelijk leidt tot lagere exploitatiekosten. Inmiddels zijn deze twee projecten gerealiseerd, en ik kan nu al zeggen dat we het met minder beheerinspanningen mooi kunnen houden'.

Kaalslag voorkomen

Een ander artikel waarin de (kapitale) waarde van groen –en dan specifiek bomen- wordt onderstreept is 'Bomen in de stad zijn onbetaalbaar' (pag. 40-41). 'Het is volstrekt normaal om af te schrijven op gebouwen en materieel. Iedereen weet dat een gebouw na vijftig jaar een opknapbeurt nodig heeft. Op grondeigendommen wordt niet afgeschreven, omdat ervan uitgegaan wordt dat de openbare ruimte niet in waarde en kwaliteit inboet.' Aan het woord is Marjan Dat van Stadswerk, die het met deze visie/werkwijze niet eens is. In het artikel wordt gesteld dat bomen door hun omvang en waarde een grote bijdrage leveren aan de baten van groen voor de leefomgeving. (Zie ook het project Straatbomen van Wageningen UR waarbinnen de waarde van straatbomen in kaart wordt gebracht).


Veel bomen uit de jaren '50-'70 zouden aan vervanging toe zijn volgens Dat, maar er is 'vrijwel nergens structureel boomvervanging tot stand gekomen. De bomen in deze wijken sterven tussen nu en 10-15 jaar'. In het artikel breekt Dat een lans om alsnog aan de slag te gaan met vervanging, voordat sprake is van kaalslag. Kennis van bomen en waar ze gedijen is dan wel van belang, zo stelt iemand anders. Verwezen wordt onder meer naar het boek/rapport De juiste boom, op de juiste plaats.



(Bron foto: Pixabay)