melkvee, foto Shutterstock

Nieuws

Regelgeving beperkt extensieve melkveehouder

Gepubliceerd op
23 april 2018

Melkveehouder Peter Laan in het West-Friese Westwoud produceert grondgebonden en is geen extreme groeier. Weidegang staat er niet ter discussie. Toch beperkt regelgeving een optimale bedrijfsvoering.

In het West-Friese Westwoud exploiteert Peter Laan op ongeveer 37 hectare land een melkveebedrijf met 63 melkkoeien en 38 stuks jongvee. Het is en bedrijf volgens het boekje van de beleidsmakers, schrijft vakblad Veeteelt. Maar in het artikel 'Stapeling van regelgeving zet extensieve boer klem' wordt ook duidelijk gemaakt dat een optimale bedrijfsvoering haast onmogelijk is.

In 1980 bouwde de vader van Laan een stal voor 45 koeien en 35 pinken. Sinds die tijd is het bedrijf geleidelijk gegroeid. In 2015 leverde het bedrijf met 65 melkkoeien 520.000 kilo melk. Maar ondanks de extensieve bedrijfsvoering, produceert toch te veel mest volgens de regels. In 2017 heeft hij 70 kuub moeten afvoeren.

Regelgeving

Omdat hij voldoende land heeft, vormt gras de hoofdmoot van het veevoer. Uit cijfers van de Kringloopwijzer blijkt dat het grasland in 2017 ongeveer 12 ton droge stof per hectare opbracht en de maïs ongeveer 20 ton droge stof per hectare. Dat is meer dan voldoende. Begin 2017 was de beginvoorraad gras ongeveer 170 ton, aan het eind van het jaar was die voorraad met 20 ton gegroeid tot 190 ton. Maar ruimte om de grasvoorraad weg te werken door meer gras en minder krachtvoer te voeren is er niet, zegt Laan.

De koeien krijgen per 100 kilo geproduceerde melk ongeveer 20 kilo krachtvoer. Zou hij die voorraad verminderen, dan daalt de melkproductie en moet hij meer koeien melken om de bedrijfsproductie op peil te houden. Maar de veebezetting kan hij niet verhogen omdat de Wet grondgebonden groei melkveehouderij wat dat betreft beperkingen oplegt.

Mestproductie

Het grote aandeel gras in het voer zorgt ook dat hij beperkt is in de sturing op de bedrijfsspecifieke excretie van stikstof en fosfaat (BEX) die gebruikt wordt voor de berekening van de mestproductie. Het fosfaatgehalte in gras is relatief hoog waardoor hij weinig ruimte heeft om te sturen op mineralenbenutting. Intensieve melkveebedrijven hebben meer mogelijkheden omdat zij kunnen sturen met de aankoop van voer.

Optimaliseren

Het scheuren van grasland om er maïs te telen is ook geen optie omdat hij op grasland meer fosfaat kan plaatsen dan op maïsland. In dat geval zou hij meer mest moeten afvoeren. Laan optimaliseert het bedrijf op details. Zo probeert hij door gerichte bemesting het eiwitgehalte in de kuil te laten stijgen. Door maïs wat hoger af te maaien, wordt de voederwaarde van maïs in de kuil verhoogd. En hij wil de kalfleeftijd van vaarzen stapsgewijs verlagen van 26 maanden naar twee jaar, zodat hij met minder jongvee toe kan.

(Bron foto: Shutterstock)