Bron: Thinkstock

Nieuws

Relatief meer doodgeboren kalveren in noorden

Gepubliceerd op
11 oktober 2014

In het noorden worden relatief minder levende kalveren geboren dan in het zuidoosten. Zo blijkt uit onderzoek, ingesteld omdat tussen 1995 en 2010 6% minder kalveren van vaarzen levend gebaard werden dan voorheen.

Vakblad Veeteelt belicht in het artikel Regio heeft grote invloed op levensvatbaarheid de belangrijkste resultaten uit het sectoronderzoek, uitgevoerd door uitgevoerd door Wageningen UR Livestock Research, in overleg met een klankbordgroep van CRV en Gezondheidsdienst voor Dieren. Gekeken is naar diergebonden en bedrijfsgebonden factoren.

Leeftijd en inteelt

Uit het onderzoek blijkt dat de optimale draagtijd, gelet op levensvatbaarheid van het kalf bij geboorte, ligt op 280 dagen. Ook de leeftijd van de vaars speelt een rol: kalven zij op heel jonge leeftijd, dan is de kans op een levend kalf kleiner. 'De optimale afkalfleeftijd voor levensvatbaarheid lag tussen de 750 en 800 dagen ofwel een leeftijd van bijna 2.01 tot ruim 2.02 jaar.' Daarnaast heeft inteelt geen gunstig effect op levensvatbaarheid.

Timing en bedrijfsomvang

De kans op een levend kalf blijkt het kleinst in februari en het grootst in november. Veeteelt noemt de kennis over aanvoermoment praktischer toepasbaar. 'Vaarzen die korter dan veertig dagen voor afkalven worden aangevoerd, hebben een procent meer doodgeboren kal veren.' Verder scoren bedrijven met minder dan 30 koeien en meer dan 180 koeien gemiddeld iets beter dan middelgrote bedrijven. Het verschil tussen individuele bedrijven is forser, met variaties van 72 tot 98 procent levend geboren kalveren van vaarzen. Veeteelt: 'Opvallend is wel dat op zowel bedrijven die goed als op bedrijven die slecht scoorden, tussen 1995 en 2010 de levensvatbaarheid is gedaald'.

Regio: voer?

Als genoemd is er verschil tussen regio’s. Kijkend naar het noorden en het zuidoosten wordt gesproken over een aantal procenten betreffende aantal levend geboren kalveren. Op postcodeniveau loopt het verschil op tot maximaal 8 procent (zie kaartje Nederland in artikel). Een verklaring is giswerk. Mogelijk heeft het te maken met het verschil in voersystemen, aandeel snijmais, het percentage beweiden en het daaraan verbonden mineralen- en drinkwatermanagement.

Een klein 'lichtpuntje' is dat het onderzoek is ingesteld op het moment van het absolute dieptepunt. Zie ook de berichtgeving die kort na de periode 1995-2010 verscheen over dit fenomeen: Aandacht voor doodgeboorte (Veeteelt, 2011) en Steeds meer vaarzen brengen een dood kalf (Melkveemagazine, 2011).


(Bron foto: Thinkstock)