Ruggenteelt aardappel, foto Shutterstock

Nieuws

Ruimte voor de aardappel

Gepubliceerd op
15 december 2017

De gemiddelde gewasrotatie in de Nederlandse aardappelteelt is nu 1 op 3 en lijkt steeds nauwer te worden, zo werd duidelijk tijdens die Kennismiddag 'Ruimte voor de aardappel'. Die nauwe rotatie zet gewasbescherming en bodemgezondheid onder druk. Daarbij komt een krimpend pakket aan beschikbare gewasbeschermingsmiddelen.

De kennismiddag 'Ruimte voor de aardappel' die 23 november plaatsvond bij Aeres Hogeschool in Dronten, werd georganiseerd door onder meer de studieleider Tuin- en akkerbouw – Agrarisch ondernemerschap, het OVP Plant en de lector Aardappelketen en sectorinnovatie bij Aeres Hogeschool Dronten: Peter Kooman. Hij mocht de spits afbijten tijdens de kennismiddag. Samen met studenten onderzocht hij op basis van cijfers van het CBS de aardappelproductie van de afgelopen 9 jaar.

Gewasrotatie

Uit zijn inleiding blijkt dat de aardappelproductie gedurende deze eeuw constant is gebleven, zowel in de pootgoed, als de consumptie- en zetmeelteelt. Het percentage akkerbouwgrond is echter met 20 procent gedaald tot ongeveer 509.000 ha. De gemiddelde rotatie in Nederland is nu 1 op 3 en lijkt steeds nauwer te worden. 'We telen op het randje' vindt Kooman. 'De nauwe rotatie brengt de laatste jaren steeds meer problemen met zich mee. Denk aan aardappelmoeheid, schurft, aaltjes, Rhizoctonia en verdichting van de bodem. We moeten beter inspelen op zaken als bodemstructuur en bodemgezondheid. Mijn advies is om te kiezen voor een ruimere rotatie van 1 op 4.´

Kooman verwacht dat een ruimere rotatie een gezondere aardappelteelt mogelijk maakt. Hij berekende voor zowel consumptieaardappelen als pootgoed en zetmeelaardappelen welke meeropbrengst nodig is om een 1 op 4 rotatie te realiseren. Uit zijn onderzoek bleek dat op 23 procent van het consumptieareaal de rotatie 1 op 3 of intensiever is. Voor pootgoed is dit 43 procent en voor zetmeelaardappelen 66 procent van het areaal.

Opbrengsten

Wanneer telers in Nederland kiezen voor een 1 op 4 rotatie neemt het consumptieareaal af van 76.200 hectare tot ongeveer 71.300 hectare. Om de zelfde productie van in totaal 4 miljoen ton consumptieaardappelen te realiseren moet de hectareopbrengst bij een 1 op 4 rotatie stijgen van 52,5 tot gemiddeld 56,1 ton. Er is bovendien een duidelijk verschil per regio, met name in het noordoosten is de rotatie erg nauw.

Gewasbescherming

Naast Kooman sprak ook Albert Schirring, AGF manager bij Bayer Crop Science. Hij luidt in zijn inleiding min of meer de noodklok. Het exportvolume in Europa is de laatste jaren sterk gegroeid ten opzicht van de Verenigde Staten. Maar volgens Schirring is de vraag of de sector dit kan vasthouden. 'Telers in de EU kunnen nu nog kiezen uit een aanbod van 20 verschillende actieve stoffen voor de bestrijding van phytophthora. Dat is een breed pakket, waar telers goed mee uit de voeten kunnen. Voor de bestrijding van de aardappelziekte alternaria is het pakket beperkt tot zes', vertelt Schirring.

Met name de nieuwe Europese verordening voor gewasbeschermingsmiddelen die sinds 2011 van kracht is gooit roet in het eten. De Europese brancheorganisatie voor gewasbeschermingsmiddelen ECPA verwacht dat 60 procent van de nieuwe actieve stoffen gaat afvallen in de procedure voor herregistratie. Bij een aanvraag voor een herregistratie of het verkrijgen van de toelating voor een nieuwe werkzame stof in de EU moeten tegenwoordig onder andere resultaten van dierproeven overlegd kunnen worden, waaruit blijkt welke invloed de stof mogelijk heeft op het DNA. 'Die gegevens zijn er niet', zegt Schirring.

Europese markt

De verschillen tussen Europa en de VS maakt dat fabrikanten huiverig worden om nieuwe actieve stoffen te ontwikkelen voor de Europese markt. Het duurt nu vier jaar - waar het zes jaar geleden nog 27 maanden duurde - voordat een nieuwe registratie van een bestaande actieve stof een feit is. En de kans op succes is bovendien klein. De Europese verordening zorgt voor grote concurrentie tussen Europa en de Verenigde Staten. 'In Europa zijn 49 nieuwe actieve stoffen ingediend, waarvan uiteindelijk er zes beschikbaar kwamen en er twee van toepassing zijn voor de aardappelteelt. In de Verenigde Staten zijn 12 nieuwe actieve stoffen voor aardappeltelers op de markt gekomen. Dit zorgt voor grote problemen', waarschuwt Schirring. Dat kan op termijn voor concurrentienadeel zorgen voor de Europese aardappelsector.

Schirring deed daarom een oproep aan de sector om samen op te trekken. 'Momenteelt vindt er een evaluatie plaats van de verordening in het kader van een herziening. Nu is het tijd voor dialoog. Niet alleen de industrie moet zijn stem laten horen, ook telers en de verwerkende industrie', waarschuwt Schirring. 'Zonder voldoende gewasbeschermingsmiddelen loopt niet alleen de aardappelteelt, maar ook andere teelten in Europa gevaar.'

Workshops

Na de lezingen konden de bezoekers van de kennismiddag diverse workshops, georganiseerd door studenten Tuin- en akkerbouw, volgen. Aan het eind vond er een discussie plaats over de thema’s die de komende vijf jaar de aandacht vragen voor samenwerking tussen bedrijfsleven, onderzoek en onderwijs. Dit zijn onder meer bodemgezondheid en –management, big data en promotie van de sector. Door bedrijfsleven, het onderzoek en het onderwijs wordt het belang ingezien van korte lijnen tussen de partijen. Kooman: 'Langdurige samenwerkingen zijn essentieel voor goede resultaten. Er wordt al veel gedaan en behoud daarvan is essentieel voor een duurzame aardappelsector.'

(Bron foto: Shutterstock)