Nieuws

Snelle diagnose van nieuwe dierziekten

Gepubliceerd op
23 oktober 2020

Met een snelle diagnose van besmettelijke dierziekten kun je uitbraken voorkomen. Om de veroorzaker van nieuwe dierziekten snel te kunnen vaststellen is door Wageningse onderzoekers een diagnostische procedure ontwikkeld.

Een uitbraak van nieuwe besmettelijke dierziektes kan grote maatschappelijke of economische gevolgen hebben. De televisiebeelden van ruimingen van vee bij besmettingen met bijvoorbeeld varkenspest, mond- en klauwzeer, vogelgriep of Q-koorts staan in het nationaal geheugen gegrift. Ook de recente ruimingen van nertsen die besmet zijn met het nieuwe coronavirus maken duidelijk hoe belangrijk het is dat je ziekteverwekkers snel kunt karakteriseren.

Besmettelijke dierziekten

Een artikel in het recent uitgekomen WOT Magazine gaat in op een diagnostische procedure die door Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) is ontwikkeld om nieuwe ziekteverwekkers sneller, beter en efficiƫnter te kunnen karakteriseren. Dit WOT-magazine is een magazine met verhalen over de Wettelijke Onderzoekstaken (WOT) die Wageningen University & Research uitvoert voor het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De artikelen besteden aandacht aan verschillende onderwerpen. Naast besmettelijke dierziekten zijn dat voedselveiligheid, natuur en milieu of economische informatievoorziening.

Het eerste artikel gaat in op de diagnostische procedure die voor besmettelijke dierziekten is ontwikkeld. De Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) heeft een lijst ontwikkeld met 117 mogelijke besmettelijke dierziekten. Voor 32 ervan geldt in Nederland een meldingsplicht, waaronder varkenspest, blauwtong, mond- en klauwzeer en vogelgriep. Om die ziekten snel te kunnen vaststellen is er een diagnostische procedure ontwikkeld die uit drie stappen bestaat. Die drie stappen worden in het artikel beschreven.

Testen

De microarray-test is de eerste stap. Met die test kun je vaststellen of bepaalde genen in het monster aanwezig zijn. Je kunt zo vrij snel de aanwezigheid van 300 verschillende virussen aantonen.

In de tweede stap - voor meer specifieke karakterisering - wordt een PCR-test (Polymerase Chain Reaction) gebruikt. Met zo'n test kun je specifieke delen van kleine hoeveelheden DNA of RNA vermenigvuldigen tot er genoeg is om het verder te analyseren.

Lukt het in die tweede stap niet een virus in het monster te karakteriseren, dan kun je als derde stap deep sequencing toepassen. Je vergelijkt dan de opbouw van de DNA- of RNA-streng met de informatie in databases van bekende virussen. Je kunt zo zoeken naar een familie van virussen dat er het meest op lijkt.

Snelheid

De snelheid van de verschillende tests is nu zodanig dat je geen maand meer hoeft te wachten, zoals in 203 het geval was met het SARS-virus. De microarray duurt een paar dagen, de PCR-test kun je in een paar uur afronden en voor deep sequencing heb je hooguit een week nodig.

(Bron foto: Catherine Yeulet via Thinkstock)