kievit foto:  Psubraty via Pixabay

Nieuws

Special natuurinclusieve landbouw

Gepubliceerd op
27 april 2020

Vakblad Natuur Bos Landschap besteedt in een special aandacht aan natuurinclusieve landbouw. Verschillende aspecten komen aan bod. Wat is natuurinclusieve landbouw? Hoe werkt het? En wordt de natuur er mee geholpen?

Vakblad Natuur Bos en Landschap laat in de special deskundigen aan het woord over praktijk, beleid, valkuilen en verdienmodellen. Wat is natuurinclusief eigenlijk? Wanneer ben je dat? Kan je eraan verdienen? Redden we er de natuur mee? Natuurinclusief is een antwoord op veel uitdagingen.

Toen de term natuurinclusieve landbouw in 2014 geïntroduceerd werd in de Rijksnatuurvisie, werd dat begrip niet strak gedefinieerd. Het was bedoeld als een uitnodiging om mee te denken hoe je de negatieve effecten van landbouw kunt verminderen door meer gebruik te maken van natuur. Maar landbouw en natuur staan vaak op gespannen voet. Heeft natuurinclusieve landbouw wel kans van slagen? Die vraag staat centraal in een algemeen artikel Natuurinclusieve landbouw, wat mogen we ervan verwachten?

Vier niveaus

Omdat natuurinclusieve landbouw geen vaste afbakening kent, kun je verschillende niveaus onderscheiden van natuurinclusiviteit op het bedrijf. Jan Willem Erisman heeft vier niveaus beschreven van minimaal natuurinclusief tot volledig natuurinclusief. Uit het artikel feiten en cijfers blijkt dat 74% van de bedrijven zich op het eerste niveau 'minimaal natuurinclusief' bevindt. 10% van de bedrijven werkt gedeeltelijk natuurinclusief, 3 % grotendeels natuurinclusief en 2% volledig natuurinclusief.

Financiering

In verschillende artikelen worden een aantal aspecten verder uitgelicht. Zo lees je in het artikel 'Recente trends van weidevogels bij verschillende vormen van beheer' wat het effect is van verschillende beheersvormen op de ontwikkelingen van de aantallen bij zes soorten weidevogels: slobeend, kuifeend, tureluur, kievit, scholekster en grutto. Bij sommige soorten heeft agrarisch weidevogelbeheer wel een positief effect, de soorten gaan wat minder snel in aantal achteruit. Maar bij slobeend, kuifeend en tureluur zie je geen significante verschillen in trendontwikkeling bij de verschillende beheersvormen.

Hogere kosten zijn voor veel boeren een belangrijk obstakel om over te schakelen op een natuurinclusieve bedrijfsvoering. Maar natuurinclusieve landbouw kan ook voor lagere kosten zorgen. En voor financiering van noodzakelijke investeringen kan het Nationaal Groenfonds een rol spelen. In het artikel 'Financiering van natuurinclusieve landbouw' kun je lezen hoe het Groenfonds naar de ecologische en economische duurzaamheid van landbouwbedrijven kijkt.

Praktijkvoorbeelden

In verschillende artikelen worden voorbeelden beschreven van een natuurinclusieve bedrijfsvoering. Zo spannen melkveehouders die voor het On the way to PlanetProof-keurmerk produceren zich extra in op drie gebieden: dier, natuur en klimaat. In de Haarlemmermeer spannen akkerbouwers zich binnen het project GreenBASE met andere parijen in om de biodiversiteit te versterken. GreenBASE richt zich op vier pijlers: Berm, Akker, Sloot en Erf. En op Terschellling werken vijftien boeren zes jaar lang samen met de Vogelbescherming in het project PolderPracht, met als doel de weidevogels te helpen.

(Bron foto: Psubraty via Pixabay)