teek, foto Pixabay

Nieuws

Tekenbeheer door wildbeheer

Gepubliceerd op
2 maart 2018

De schapenteek die de ziekte van Lyme over kan brengen, kan in het bos overleven op verschillende dieren zoals muizen of reeën. Zijn er geen reeën, dan is het aantal teken lager. En het aantal muizen doet er ook toe. Zelfs de vos blijkt van invloed op het aantal teken. Bij meer vossen zijn er minder teken.

Het aantal mensen dat na een tekenbeet naar de huisarts gaat, neemt toe. De angst bestaat dat ze besmet zijn door een van de pathogenen die een teek draagt, zoals de bacterie Borrelia burgdorferi die de veroorzaker is van de ziekte van Lyme. Omdat teken in het bos ook op in het bos levende dieren parasiteren, vroegen onderzoekers zich af of je met wildbeheer de tekenpopulatie kunt beïnvloeden. Is er een relatie tussen het aantal reeën, bosmuizen en teken bijvoorbeeld? Vakblad VNBL bericht er over in het artikel 'Beheer van dierpopulaties ter preventie van tekenbeten'

Gastheer

De schapenteek (Ixodes ricinus), de tekensoorten waar het om gaat, kent drie actieve levensstadia, zo legt het vakblad uit: larve, nimf en volwassen stadium of adult. Alle drie stadia hebben voor hun ontwikkeling bloed van een gastheer nodig. De larven zijn vooral afhankelijk van kleine zoogdieren zoals de bosmuis en rosse woelmuis. De nimfen leven op meerdere diersoorten: kleine zoogdieren, vogels zoals merel en zanglijster, middelgrote zoogdieren zoals haas of eekhoorn en hoefdieren als ree en edelhert. Voor de volwassen teken zijn hertachtigen zoals de ree de belangrijkste gastheer.

Herten

De onderzoekers van Wageningen University & Research inventariseerden de tekendichtheid in verschillende bospercelen en keken naar het verband met het aantal dieren. Uit dat onderzoek kwam dat het aantal teken in bosvakken zonder edelherten of reeën veel lager was dan in percelen waar wel herten voorkomen. Dat gold voor alle stadia van de teek. Voor de aanwezigheid van teken is de aanwezigheid van herten of reeën dus essentieel.

Als experiment rasterden ze een bosvak af zodat er geen herten of reeën konden komen. In dat bosperceel vonden ze in 2 jaar tijd een reductie van 66% van het aantal nimfen en een reductie van 32% van aantal volwassen teken. Maar uit het onderzoek bleek ook dat er geen verband is tussen de hertendichtheid en tekendichtheid. Het is dus niet zo dat er meer teken zijn, naarmate er meer herten in het bos voorkomen.

Muizen

Omdat de larven en nimfen op muizensoorten leven, hebben de onderzoekers ook gekeken naar een verband tussen het aantal muizen en teken. Er is wel een verband, maar dat is niet eenvoudig. Je kunt niet simpelweg naar het aantal muizen kijken want sommige muizen dragen veel meer teken dan andere. Uit het onderzoek blijkt dat de vos hierin een rol speelt. Wanneer er meer vossen zijn, dragen de muizen minder teken. De onderzoekers komen in het artikel met een mogelijke verklaring: Bij een hoge vossenstand gedragen muizen zich voorzichtiger en is de kans minder groot teken op te lopen.

Tekenpopulatie

Om iets aan de tekenpopulatie te kunnen doen zou je verschillende maatregelen kunnen nemen. Zo zou je een picknickveld of speelplaats in het bos kunnen afrasteren zodat er geen herten kunnen komen. Ook met schapen blijk je teken te kunnen wegvangen, maar dan is het wel nodig die schapen te behandelen met een anti-tekenmiddel of acaricide. Een kudde schapen in een bosvak blijkt op die manier binnen een paar dagen 60% van de volwassen teken te kunnen wegvangen.

Een andere mogelijkheid is beheer van de vegetatie. Teken klimmen tot bovenin de kruidlaag om daar te wachten tot er een gastheer langs loopt. Door de vegetatie kort te houden, kun je de kans op contact tussen teken en mensen wat verkleinen.

(Bron foto: Pixabay)