trekker, foto Thomas Buchenberger via Pixabay

Nieuws

Uitvoeringsprogramma voor duurzame gewasbescherming

Gepubliceerd op
2 oktober 2020

In de visie van de Rijksoverheid moet in 2030 het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zodanig beperkt zijn dat er nagenoeg geen emissie van die middelen plaatsvindt. Er moet een omslag plaatsvinden naar een duurzaam teeltsysteem met weerbare planten. Het onlangs gepubliceerde uitvoeringsprogramma beschrijft hoe die omslag gerealiseerd kan worden.

In april 2019 publiceerde het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) de 'Toekomstvisie gewasbescherming 2030'. Kern van die visie is dat er in 2030 nagenoeg geen emissies van gewasbeschermingsmiddelen naar het milieu optreden en dat er nagenoeg geen residuen van middelen meer op producten te vinden zijn. Als er gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, dan gebeurt dat volgens de principes van geïntegreerde gewasbescherming (Integrated Pest management = IPM). Die visie bouwt voort op de LNV-visie 'Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden' van 2018 waarin kringlooplandbouw een belangrijke rol krijgt.

Weerbare planten

Het op 28 september gepubliceerde 'Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030' laat zien hoe verduurzaming van de gewasbescherming vorm kan krijgen. Dat programma is opgesteld in samenwerking met een groot aantal partijen zoals  Agrodis, Artemis, CTGB, Cumela, Fedecom, LTO Nederland, Natuur en Milieu, Nefyto, NVWA, Plantum, Unie van Waterschappen en Vewin.

Belangrijke overwegingen voor de toekomstvisie zijn - zo schrijft landbouwminister Carola Schouten in een kamerbrief - de maatschappelijke en politieke zorg over de inzet van chemische middelen in land- en tuinbouw. De effecten op biodiversiteit en gezondheid en de aangetroffen residuen van middelen in het milieu staan volop in de aandacht. Daarnaast leiden nieuwe wetenschappelijke inzichten tot strengere beoordelingscriteria voor de toelating van middelen waardoor het pakket beschikbare gewasbeschermingsmiddelen steeds kleiner wordt. Telers hebben daarom behoefte aan nieuwe en veilige middelen en methoden om ziekten, plagen en onkruiden te beheersen.

Gewasbescherming staat niet op zichzelf, zo is te lezen in de gewasbeschermingsvisie, maar is een onderdeel van de hele bedrijfsvoering. Om ziekten en plagen minder kans te geven, zullen ondernemers in de land- en tuinbouw een omslag moeten maken naar een duurzame productie met weerbare planten en teeltsystemen. Zo kun je de inzet van gewasbeschermingsmiddelen beperken.

Stimuleringsmaatregelen

Het 'Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030' is daarom deels gericht op de ontwikkeling van die duurzame teeltsysteemen. Het ondersteunt kansrijke initiatieven in de praktijk via stimuleringsinstrumenten, experimenteerruimte op bedrijfsniveau, monitoring, advies en demonstratie. Er worden in het programma acties beschreven zoals de ontwikkeling van weerbare rassen door veredeling, innovatieve teeltconcepten en het stimuleren van natuurlijke plaagbestrijders. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in ontwikkeling van kennis en kennisoverdracht.

Omdat het om een integrale aanpak gaat is er in het uitvoeringsprogramma ook aandacht voor onderwerpen als bodem, verdienmodellen en de rol van de keten. Omdat sommige sectoren sterk op export gericht zijn, zal ook gekeken worden hoe elders in de Europese Unie initiatieven genomen worden. Daarbij gaat het om versneld geregistreerd krijgen van biologische middelen en deze middelen beschikbaar te krijgen voor de telers.

Het Uitvoeringsprogramma doet een groot beroep op het ondernemerschap en de innovatiekracht van zowel agrarisch ondernemers als van andere ketenpartijen, schrijft de minster. Om het programma te ondersteunen wordt voor de periode van 2020 – 2022 een bedrag van respectievelijk € 2, 4 en 6 miljoen beschikbaar gesteld.

(Bron foto: Thomas Buchenberger via Pixabay)