Blogpost

Van kip naar ... kip

Gepubliceerd op
20 april 2021

In mijn achtertuin heb ik drie kippen lopen: twee Brahma’s en een zijdehoentje. Lieve dieren, leuk om naar te kijken. En: lekker verse eitjes! En als ze straks te oud zijn om te leggen, BBQ-chicken. Lijkt misschien bijzonder, maar zo deden ‘we’ het ‘vroegah’ eigenlijk allemaal.

Hilke Bos-Brouwers, Senior onderzoeker duurzame voedselketens, Wageningen Food & Biobased Research
Hilke Bos-Brouwers, Senior onderzoeker duurzame voedselketens, Wageningen Food & Biobased Research

Als je niet in een drukke stad woonde, had je veelal een moestuin, wat kippen, misschien zelfs wat geiten en varkens. In ruil voor jouw etensresten en wat extra graan, groen en hooi, leverde dat door het jaar heen heel wat vers vlees, melk en eieren op. Dat vormde een welkome aanvulling op je dagelijkse menu. Er was nauwelijks verspilling, alles werd gebruikt. Ook de botten, veren, huid en eierschalen kregen een nuttig tweede leven als leer, lijm en compost. Eigenlijk heel gewoon.

Fast-forward naar 1992. In het jaar dat in Rio de Janeiro de eerste grote Klimaatconferentie plaatsvond, was er een ernstige crisis gaande in de Nederlandse veehouderij. Na het jarenlang toestaan dat koeien diermeel gevoerd kregen, ging het op een gegeven moment ernstig mis. Doordat biefstuk en melk steeds maar goedkoper en goedkoper moesten worden, hield men zich bij de productie van diermeel lang niet altijd de gangbare internationale proceseisen voor diervoederproductie. Ook zieke dieren, die eigenlijk niet geschikt waren voor menselijke consumptie, belandden in het diermeel. Het resultaat? Honderdduizenden zieke koeien, die besmet waren met BSE (Bovine Spongiforme Encefalopathie), ook wel gekkekoeienziekte. Hun hersenen veranderden langzaam in een soort spons, met ernstige ziekteverschijnselen. En dat niet alleen, deze besmetting bleek via het vlees overdraagbaar op de mensen die het aten: een aantal daarvan kreeg Creutzveldt-Jakob.

Dat nooit meer! Er werd zwaar ingegrepen om BSE te stoppen, wat erop neerkwam dat aangetaste kuddes systematisch werden geslacht. Ook werden strenge Europese regels opgesteld (Feedban) waarbij het werd verboden om diermeel en andere dierlijke bijproducten te voeren aan vee. Dit betrof zowel koeien, varken, kippen als andere soorten die gehouden werden voor menselijke consumptie. Niet langer mochten resten vanuit de landbouw, levensmiddelenindustrie, supermarkten, horeca of huishoudens gebruikt worden voor veevoer. Niet meer gewoon zoals vroeger.

Fast-forward naar 2021. Bijna 30 jaar later is de wereld van voedselproductie aan het veranderen. Er wordt steeds meer aandacht besteed aan milieuvriendelijk, duurzaam voedsel. Plofkip en kiloknallers hebben een negatieve reputatie gekregen, en je ziet steeds meer televisiekoks en winkels die biologisch, lokaal geteeld eten op de heerlijkste manieren presenteren. Sinds een aantal jaar verandert ook het denken over het voedselsysteem: de wijze waarop we van boer tot bord ons eten verbouwen, verwerken, verkopen en verorberen.

Deze moet circulair worden: een kringloop van grondstoffen, restmaterialen en afval die in een eindeloze cirkel telkens worden hergebruikt. En dat kan ook: organisch materiaal heeft namelijk de eigenschap om telkens weer tot grondstof voor nieuw organisch materiaal te dienen: via compost en zo weer tot nieuwe planten, of een kleinere kringloop via diervoeder, en zo weer tot nieuwe dierlijke producten. (zie plaatje).

concept_circularity.jpg

Maar, zul je denken. Hoe zit het dan met stromen waarin dierlijke (bij-)producten zitten? Die mag je toch niet meer te eten geven aan dieren? Ja, dat klopt! En daar zit dus een stevige kink in de kabel voor een circulair voedselsysteem. Er worden gelukkig al wel heel veel reststromen uit de levensmiddelenindustrie gevoerd aan dieren, maar dan gaat het over plantaardige mono-stromen, die 100% vrij zijn van dierlijke resten. Denk bijvoorbeeld aan bierbostel (wat overblijft als je bier maakt), groente resten uit de groenten snijderijen en bietenpulp uit de suikerproductie.

Maar er is nog zo’n 2 miljard kilo aan voedselverspilling die niet gebruikt wordt als veevoer (referentie: Monitor Voedselverspilling: update 2009-2018). Met elkaar, de EU en de Verenigde Naties hebben we afgesproken dat elk land ernaar streeft om in 2030 de helft minder te verspillen. Circulair diervoer brengt deze ambitie dichterbij. Een deel van de reststromen MAG (nog) niet gebruikt worden als veevoer (vanwege de Feedban), een deel KAN wel worden gebruikt, maar daarbij gebeurt het nog niet. Bij WUR vindt onderzoek plaats naar het KUNNEN en MOGEN gebruiken van voedselresten, die deels/mogelijk dierlijke bijproducten bevatten, en hoe dit samen met de keten kan worden opgeschaald.

Hierbij zijn een aantal aspecten belangrijk. Om meer te MOGEN, is het namelijk erg belangrijk dat de wetenschap aantoont dat het veilig kan: zonder risico’s op ziekten of besmettingen voor zowel het vee als de mens. Deze kans op besmetting kun je op een aantal manieren voorkomen, onder andere door het toepassen van verhitten, verzuren of fermenteren. Veel virussen/bacteriën overleven het namelijk niet.

In het Europese onderzoeksproject REFRESH werden al deze technieken en processen in kaart gebracht (Luyckx et al., 2019). Gebaseerd op deze uitkomsten is vervolgonderzoek opgezet om deze technologieën nader te bestuderen. Daarbij gaat het niet alleen om deze technieken, maar ook om vragen rondom het KUNNEN zoals: Levert het ook goed verteerbaar voedsel op voor diverse diersoorten? Hoe kunnen we de processen zo inrichten dat besmetting onmogelijk wordt? Welke reststromen komen het meest in aanmerking voor deze toepassing? Hoe kunnen die het meest efficiënt getransporteerd en bewerkt worden? Levert dat ook economisch voordeel op voor de bedrijven? Is het beter voor milieu en klimaat? Draagt het bij aan dierenwelzijn en duurzame productiesystemen? Moeten we voor de zekerheid een tussenstap hanteren door voedselresten eerst aan insecten te geven en die daarna te voeren aan kippen en varkens? En, misschien nog wel het allerbelangrijkste: wordt het ook geaccepteerd door de consument en de bedrijven in de keten?

In nieuwe publiek-private samenwerking projecten zoals RENEW en bedrijfsclusters van de Stichting Samen Tegen Voedselverspilling die in maart 2021 het Circular Food Center lanceerde als kennis- en ontmoetingscentrum op het gebied van verspillingsvrije, circulaire voedselketens, werkt WUR samen met bedrijven aan deze vragen. Door voorbeelden als kringloopkarbonaadjes en verspillingsvrije eieren uit te werken, weten we steeds beter hoe het zou moeten. En kunnen we aan beleidsmakers laten zien dat het de moeite waard is om meer mogelijk te maken. Zo wordt het gebruiken van voedselresten als diervoeder weer heel gewoon.

In aanloop naar de afsluiting van de MBO Challenge Voedselverspilling met een eindevenement op donderdag 22 april, besteedt Groen Kennisnet in de week van 19 tot en met 23 april extra aandacht aan het onderwerp voedselverspilling.