Nieuws

Vergelingsvirus als opkomend probleem in granen

Gepubliceerd op
9 februari 2021

Het vergelingsvirus dat wordt overgebracht door bladluizen, zorgt in gerst en tarwe voor toenemende problemen. Op sommige percelen was de aantasting soms zo erg, dat het gewas moest worden ondergeploegd. Klimaatverandering en resistentieontwikkeling tegen insecticiden zijn een verklaring voor dit groeiend probleem, blijkt uit een onderzoeksproject.

In het seizoen 2015-2016 werden Vlaamse graantelers getroffen door problemen met het dwergvergelingsvirus of gerstevergelingsvirus (Barley Yellow Dwarf Virus). Dit virus, dat in tarwe en gerst voor dwergroei zorgt, kan zorgen voor behoorlijke opbrengstderving. Op sommige percelen was de aantasting zo erg, schrijft vakblad Boer&Tuinder in een artikel, dat percelen moesten worden ondergeploegd.

Bladluizen

Het vergelingsvirus wordt overgedragen door bladluizen. Wil je het virus voorkomen, dan moet je bladluizen bestrijden. Maar bladluizen blijken steeds lastiger te bestrijden. Mogelijke verklaringen daarvoor zijn toegenomen resistentie van bladluizen tegen verschillende insecticiden, het verbod op zaaizaadbehanding met neonicotinoïden sinds 2019 en klimaatverandering met een steeds warmer najaar en mildere winters.

In de granen komen drie soorten bladluizen voor. Het zijn de vogelkersluis, de roos-grasluis en de grote graanluis die het virus over kunnen dragen. In de loop van het seizoen migreren de luizen vanuit graslanden, bosranden of geoogste maïspercelen naar het graangewas. De roos-grasluis overwintert onder normale omstandigheden op rozen, de vogelkersluis op vogelkers en de grote graanluis op grasachtigen. Nu de winters zachter worden blijken de verschillende luizen 's winters steeds vaker in granen te blijven waardoor het virus sneller verspreid kan worden.

Beslissingsondersteunend model

Binnen het Vlaio­project ‘BYDV predictor’ is gekeken de factoren die een invloed hebben op de verspreiding van de bladluizen en het virus. De onderzoekers hebben bovendien de insecticideresistentie in Vlaanderen in kaart gebracht. Uit dat onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van maïspercelen in de directe omgeving van een graanperceel invloed heeft op de verspreiding van de luizen. Er komen in die gevallen meer luizen voor in het graanperceel. Milde weersomstandigheden in herfst en winter blijken ook een versterkend effect te hebben op het aantal luizen in het graanperceel.

Daarnaast speelt resistentieontwikkeling van de luizen tegen insecticiden mogelijke een rol. Met name de inzet van de relatief goedkope pyrethroïden kan resistentieontwikkeling versterken. Maar in Vlaanderen is nog geen insecticidenresistentie vastgesteld.

De aanwezigheid van het virus hangt sterk samen met de bladluisdruk het is daarom belangrijk met preventieve methoden die luisdruk te verminderen. Je kunt denken aan tolerante wintergerstrassen en een correcte inzet van insecticiden. Voor het maken van juiste keuzes wordt een belissingsondersteunend model ontwikkeld.

(Bron foto: erwin nowak via Pixabay)