Nieuws

Verschillen in vatbaarheid voor essentaksterfte

Essentaksterfte is een schimmelziekte die vooral in buitengebieden voorkomt. Er is geen mogelijkheid om deze ziekte te bestrijden. Omdat de diverse soorten en cultivars grote verschillen in gevoeligheid laten zien, biedt dit een mogelijkheid om essen te selecteren die minder gevoelig zijn.

Tegen essentaksterfte bestaat geen behandeling en er is ook geen manier om te voorkomen dat bomen ziek worden. Maar niet alle essen worden ziek. Er zijn grote verschillen in vatbaarheid voor deze ziekte die door de schimmel Hymenoscyphus fraxineus wordt veroorzaakt. Dat blijkt uit een onderzoek dat Wageningen Plant Research afgelopen paar jaren heeft uitgevoerd. Voor dat onderzoek is een brede collectie essensoorten en -cultivars getest op mogelijk resistentie tegen deze ziekten. Tegelijkertijd heeft BTL Bomendienst in verschillende delen van Nederland het optreden van essentaksterfte bij diverse soorten en cultivars in beeld gebracht.

Proeven

Uit de proeven van Wageningen Plant Research blijkt dat Fraxinus mandschurica het minst sterk reageert op de infectie, terwijl F. exelscior en F. angustifolia het meest gevoelig zijn. Soorten die weinig gevoelig zijn, zo meldt vakblad Boomkwekerij in een artikel, zijn naast de minder bekende Fraxinus mandschurica ook F. ornus, F. americana, F. pennsylvanica, F. profunda en F. velutina. Zeer gevoelig zijn F. xanthoxyloides, var. Dumosa en F. chinensis.

Binnen een soort zijn er ook grote verschillen te zien. Zo variëren de symptomen bij cultivars van Fraxinus excelsior van matig tot zeer sterk. Bij vier cultivars van deze soort - ‘Diversifolia’, Eureka’, Geessink en ‘Allgold’ - bleven de symptomen beperkt. Maar het maakt ook uit welk schimmelisolaat is gebruik bij de testen.

Veldverkenning

Uit de veldverkenning van BTL Bomendienst blijkt dat F. excelsior 50% vaker wordt aangetast dan andere essensoorten. De cultivars van deze soort zijn ook in het veld allemaal vatbaar, maar er is wel een grote verscheidenheid. De cultivar ‘Primula' is het meest vatbaar. Minder vatbaar zijn de cultivars ‘Diversifolia’, ‘Doorenbos’, ‘Geessink’ en ‘Heissei’.

Hoewel de resultaten van het veldonderzoek in grote lijnen overeenkomt met de proeven, zijn er ook verschillen. Zo bleek F. angustifolio in de proef zeer gevoelig, terwijl de soort in de praktijk minder gevoelig is.

De genetische verschillen in gevoeligheid bieden een mogelijkheid om tot een selectie te komen van essen die minder gevoelig zijn voor deze ziekte, zo concludeert het vakblad.

(Bron foto: Wied Hendrix)

Links

(2)