boer, veearts, foto Shutterstock

Nieuws

Vitamines voor betere vruchtbaarheid bij koeien

Gepubliceerd op
10 januari 2018

In de tweede helft van de winter kan het ruwvoer voor koeien te lage gehaltes aan bètacaroteen bevatten waardoor de vruchtbaarheid van koeien afneemt, zeker bij koeien die weinig buiten zijn geweest. Soms loont het daarom extra vitaminen en mineralen aan het rantsoen toe te voegen.

Bètacaroteen, ook bekend als provitamine A, is een stof die door planten geproduceerd wordt. Voor koeien is voldoende bètacaroteen van belang voor de vruchtbaarheid. Een goede graskuil en luzerne zijn relatief rijk aan bètacaroteen, terwijl maiskuil, voederbieten of bietenpulp weinig tot geen bètacaroteen bevatten. Wanneer het gehalte te laag aan bètacaroteen te laag is, zie je dat bijvoorbeeld aan een vertraagde ovulatie met onvoldoende bronstverschijnselen of embryonale sterfte. Vakblad VeeteeltVlees benadrukt het belang van de bètacaroteenvoorziening in het artikel 'Bètacaroteen beïnvloedt de vruchtbaarheid'.

Extra vitaminen

Aan het einde van de dracht en na afkalving ligt bij koeien de behoefte aan bètacaroteen op zo'n 200 tot 300 mg per dag. Omdat het gehalte aan bètacaroteen in het voer afneemt, naarmate het langer bewaard wordt, kan de voorziening van dit vitamine met name in de tweede helft van de winter problemen opleveren. Je kunt het gehalte meten met bloedonderzoek De norm voor bètacaroteen ligt op 150 tot 350 microgram per deciliter bloed, aldus het vakblad. Is het gehalte te laag, dan heeft het zin extra vitaminen en mineralen aan het rantsoen toe te voegen.

(Bron foto: Shutterstock)