Nieuws

Voor natuurinclusieve landbouw is aanpassing regelgeving nodig

Gepubliceerd op
3 september 2020

De Nederlandse overheid wil dat de landbouw duurzamer wordt. Maar veel boeren en tuinders ervaren bij een omschakeling naar een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering financiële belemmering en belemmerende regelgeving. In een rapport komt CLM met aanbevelingen voor de overheid.

Om de wereldwijde teruggang in soortenrijkdom te keren is het nodig dat de Nederlandse landbouw meer duurzamer wordt, met aandacht en respect voor biodiversiteit. Die omschakeling sluit aan bij de landbouwvisie die minister Carola Schouten in september 2018 uitbracht, waarin zij stelt dat Nederland koploper in kringlooplandbouw moet worden. Ook in de Toekomstvisie gewasbescherming 2030 komt het met elkaar verbinden van natuur en land- en tuinbouw aan de orde.

Hinderende regelgeving

Een omslag naar natuurinclusieve landbouw is dus wenselijk. Maar in de praktijk blijkt omschakeling naar een natuurinclusieve landbouw moeilijk. Boeren geven soms aan dat zij bij die omschakeling gehinderd worden door regelgeving. Daarom heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan CLM Onderzoek & Advies gevraagd de bestaande wet- en regelgeving die de ontwikkeling naar een natuurinclusieve landbouw hindert, in kaart te brengen. Het rapport dat dit jaar uitkwam, is een verslag van die inventarisatie.

De onderzoekers hebben de regelgeving voor verschillende onderwerpen geïnventariseerd. Daarnaast zijn er verschillende gesprekken gevoerd met boeren, tuinders, adviseurs en verschillende personen uit het bedrijfsleven. In hoofdstuk 3 tot en met 12 wordt per onderwerp antwoord gegeven op vragen als 'Wat wil de boer?', 'Wat hindert de boer?' en 'Wat helpt de boer?'. Tot slot komen de onderzoekers met een tiental aanbevelingen voor het ministerie.

Financieel perspectief

De rode draad - die bij de inventarisatie naar voren kwam - is dat bestaande regelgeving is gemaakt voor de huidige niet-natuurinclusieve bedrijfsvoering. Die regelgeving houdt in veel gevallen geen rekening met natuurinclusieve bedrijfsvoering.

Een belangrijke hindernis bij omschakeling naar een meer natuurinclusieve landbouw is het financieel perspectief. Op dit moment is het voor boeren en tuinders niet aantrekkelijk om aan een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering te beginnen.  Een steun in de rug zou welkom zijn, bijvoorbeeld via een startsubsidie of door waardering binnen het nieuwe Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

Boeren zeggen verder te worden gehinderd door regelgeving ten aanzien van pachtgrond. De huidige regeling heeft een prijsopdrijvend effect en leidt tot een intensief grondgebruik. Ook eenjarige pachtcontracten van natuurgronden bieden onvoldoende zekerheid om te investeren in natuurinclusieve bedrijfsvoering. In het rapport besteden de onderzoekers aandacht aan onder meer belemmeringen rond  mest, gewasbescherming, water, akkerranden, hygiëne, instandhoudingmaatregelen en administratie.

Aanbevelingen

Ook andere onderwerpen komen in het rapport aan bod, zoals de deskundigheid van de overheid, subsidies voor gebruik van biomassa of de CO₂-footprint. Wat betreft het onderwijs ervaren veel boeren dat scholen te weinig inspireren voor andere landbouwvormen zoals natuurinclusief boeren. Daardoor zijn de meeste studenten die op excursie komen, niet geïnteresseerd in een (sterk) van gangbaar afwijkende bedrijfsvoering.

In hoofdstuk 13 komen de onderzoekers met een tiental aanbevelingen voor de overheid. Zo zou de overheid een meerjarenprogramma op moeten zetten voor onderwijs, voorlichting en (praktijk)onderzoek gericht op natuurinclusieve landbouw. Zouden diverse regelgevingen aangepast moeten worden en zouden de mogelijkheden van verdergaande vergroening van het GLB (vanaf 2021) maximaal benut moeten worden.

(Bron foto: Barbara Dondrup via Pixabay)