Volle Melkstal, bron: Thinkstock

Nieuws

Voorbereidingen 'post-quotumtijdperk' in gang

Gepubliceerd op
27 februari 2015

Veel melkveehouders vragen zich af welke strategie te volgen als het melkquotum in april wegvalt. Jezelf vergelijken met andere landen en boeren en het doorrekenen van scenario’s kan een start zijn.

Veeteelt interviewde een melkveespecialist en een productmanager melkvee van voerfabrikant ForFarmers Hendrix. De bedrijfsadviseurs zouden regelmatig vragen krijgen over de te kiezen strategie. Het bedrijf ontwikkelde daarop een totaalaanpak die de veehouder inzicht kan geven in de financiële gevolgen van verschillende keuzes in de bedrijfsvoering. Zie artikel Schuiven met bedrijfsstrategie.

Efficiëntie 'versus' groei

Denk bijvoorbeeld aan de keuze: wat levert het uitbesteden van jongveeopfok mij op? Een algemeen advies, gelet op voer- en melkprijzen die ook in de toekomst zullen blijven fluctueren: richt je op zaken waar je wél invloed op hebt. Zo is het volgens de productmanager belangrijk om 'eerst te zorgen dat het bedrijf technisch goed draait'. Hij zegt dat boeren steeds groter bouwen om straks te kunnen profiteren van een voordeel van schaalvergroting bij een lagere melkprijs. 'Maar als je alleen groot bent en niet efficiënt produceert, kan groei ook juist de kostprijs verhogen'.

De melkveespecialist voegt eraan toe dat de boeren die de meest efficiënte bedrijfsvoering hebben het meeste verdienen met hun bedrijf. In V-focus (Melken waar het gras het groenst is) komt het gevaar van groei ook nog eens aan de orde, toegelicht door de directeur Food & Agri bij Rabobank: 'Wij zagen al enkele faillissementen in de melkveehouderij. Op deze bedrijven was een groeistap gemaakt; de kleine marges en het niet goed genoeg kunnen managen van het grotere bedrijf bleken de oorzaak'.

Verschil boeren en schulden

In V-focus wordt ook benadrukt dat er weliswaar veel verschillen zijn tussen de bedrijfsvoering op internationaal niveau, maar de verschillen tussen boeren zijn nóg groter. En, zo zegt een Belgische adviseur, dit verschil loopt alleen maar op. 'Vier jaar geleden bedroeg dat verschil zo’n 30.000 euro, op basis van een bedrijf met 100 koeien, en tegenwoordig is dat 50.000 tot 60.000 euro'. V-focus: 'Soortgelijke cijfers komen uit Nederland'.

Toch zijn er ook verschillen tussen de twee landen, toegelicht door een Belgische en Nederlandse adviseur. Een van de stellingen is: 'Belgische melkveehouders zijn veel meer bezig met geld verdienen en wensen zo weinig mogelijk schulden te maken'. Zo zou de Belgische melkveehouder een schuldenlast hebben van zo’n 0,65 tot 0,70 cent per liter melk en een Nederlander zo’n 1,40 euro per liter melk.

Gras bij de buren

Ook op andere fronten, toegelicht met voorbeelden, zouden de Belgen het beter doen. V-focus: 'Over de vraag welke bedrijven technisch beter draaien, worden de Belgische adviseurs het niet eens'. Zowel de Belgische als Nederlandse adviseurs zijn het erover eens dat het het beste is om over te schakelen op 'saldo per koe'. Toch kan het geen kwaad om je oor eens bij de buren te rade te leggen, of eens te kijken naar het gras van de buren.

Soms blijkt dit groener te zijn en de genoemde Rabobankdirecteur verwacht groei in de regio’s waar de graslandproductiviteit het hoogste en het goedkoopste is. V-focus: 'De grazigste weiden zijn onder meer te vinden in het noorden van Nederland, Duitsland en Polen, alsmede in Ierland en Bretagne'. In het artikel worden verder enkele zaken benoemd waar de melkveehouder rekening mee dient te houden, gelet op onder meer milieunormen (emmissiearme huisvesting en de aankoop van ammoniakrechten).


(Bron foto: Thinkstock)