Nieuws

Weidevogelbeheer en landbouw: zoeken naar balans

Gepubliceerd op
13 september 2021

Weidevogelbeheer en een succesvol agrarisch bedrijf runnen, dat het kan laten diverse boeren zien. Een sterke motivatie om iets te betekenen voor hun omgeving is daarbij de basis. Beleidsmakers, onderzoekers en terreinbeheerders maken zich zorgen: kan de weidevogel nog gered worden? Want de regie ontbreekt. En dat helpt niet om boeren te motiveren.

Weidevogels hebben het al jaren moeilijk in ons land. Afname van het aantal overlevende kuikens, afname van het aantal broedparen. Gelukkig zijn er steeds meer boeren die succesvol aan weidevogelbeheer doen op hun bedrijf. De Friese melkveehouder Jelte Bakker is zo’n boer: op zijn land broeden ieder jaar zo’n 200 paar vogels. Maar de fanatieke weidevogelboer Bakker ervaart ook nadelen van zijn succes om vogels te laten terugkeren. Het wordt voor hem steeds lastiger om voldoende eiwit van zijn grasland te halen.

Zoeken naar balans

Bakker balanceert tussen hoogwaardig ruwvoer telen en het creëren van een goede biotoop voor weidevogels. Bakker heeft daarom zowel ‘normaal’ grasland als grasland met uitgestelde maaidatum. “We maaien pas als we zeker weten dat we geen eieren of kuikens stukmaaien,” vertelt Bakker. Dat wordt langzamerhand steeds vaker, want er komen meer broedparen. Daarmee wordt het lastiger om voldoende eiwit in de kuil te krijgen, Bakker moet steeds vaker voer aankopen. “Ik ga ten onder aan mijn eigen succes.”

En dus is dochter Wieke Marije, in maatschap met haar ouders, op zoek naar oplossingen. Ze speelt met ideeën om weidevogelmelk te gaan verwerken tot speciale melk met een eigen logo. “Zij denkt altijd in kansen, dus dat komt vast goed”, verwacht Bakker.

Meer weidevogels motiveert

Ook Anco en Joke Heida ervaren dat agrarisch natuurbeheer een kwestie is van balans zoeken. Op hun melkveebedrijf in Koudum (Fr) hebben zij natuurland, percelen met een verlate maaidatum en kruidenrijk grasland. Maar Heida geeft aan dat hij ook voldoende productieland moet hebben om intensief te kunnen gebruiken. Op die manier haalt Heida mooie resultaten, zijn koeien produceren gemiddeld 10.500 kilo melk met 4,46% vet en 3,60% eiwit. 

Sinds dit jaar heeft Heida ook een gedeelte plasdras op het bedrijf. “Daar had je bij mij vijftien jaar geleden niet mee aan moeten komen. Maar de maatschappij wil die kant op en daar gaan wij in mee”, zegt Anco Heida. “Maar het weidevogelbeheer geeft ook mezelf zoveel meer. We zien dat het aantal weidevogels toeneemt en dat motiveert.”

Natuurorganisaties zijn bezorgd

Volgens beleidsmakers, onderzoekers en terreinbeheerders zijn er veel meer van die goed gemotiveerde boeren nodig. Want zij zijn bezorgd en vragen zich af of we de Nederlandse weidevogel wel kunnen redden.

Want zelfs voor de gemotiveerde boer is het lastig omdat in een gebied vaak veel verschillende belangen spelen en er geen of nauwelijks regie is. Het is aan een boer niet uit te leggen dat in een aangewezen weidevogelgebied een projectontwikkelaar mag bouwen. Daarom pleiten betrokkenen voor een veel sterkere nationale en provinciale regie. Een duidelijk, nationaal plan voor de weidevogels waar geld voor wordt vrijgemaakt. En er is een duidelijke afstemming nodig tussen partijen: de landelijke overheid, provincie, het waterschap, de terreinbeheerder, de grondgebruiker en de wildbeheereenheid.

Maak zichtbaar wat je doet

Ander probleem is dat vaak lastig is om onderzoeksresultaten toepasbaar te maken op het agrarisch bedrijf, volgens onderzoekers. Om dit op te lossen moet er vooraf, tijdens en na het onderzoek veel meer gecommuniceerd worden over onderzoeken. Deel aanpak en verwachtingen om begrip en enthousiasme te kweken. Ook is het belangrijk om ervaringen uit het veld actief te delen met anderen.

Marten de Jong is zo’n boer die graag collega-boeren en andere betrokkenen op zijn bedrijf ontvangt. Hij laat zien hoe hij het weidevogelbeheer combineert zijn melkveebedrijf in Baaium (Fr). Want collega’s zijn echt nieuwsgierig hoe De Jong dat aanpakt. “Het betekent anders boeren, maar wel met mooie cijfers”, stelt de melkveehouder. De Jong melkt gemiddeld  8.700 kilo met 4,60% vet en 3,70% eiwit. “Niet de hoogste productie, maar ze leveren wel dikke melk.” De Jong ziet het belang van agrarisch natuurbeheer: “Anders gaat het gebied naar zijn grootje.”

(Foto: Shutterstock)