gele mosterd, foto Jan Nijman

Nieuws

Werken met groenbemesters is leerproces

Gepubliceerd op
4 oktober 2017

Groenbemesters krijgen een steeds belangrijkere plaats in het bouwplan van verschillende akkerbouwers. Er zijn veel soorten groenbemesters. Bij de keuze moet je met veel aspecten rekening houden. Werken met groenbemesters is een leerproces, aldus een akkerbouwer.

Akkerbouwers gebruiken groenbemesters omdat groenbemesters het bodemleven stimuleren. Vakblad Akkerwijzer tekent in het artikel 'Groenbemesters zorgen voor een gezonde bodem' de ervaringen van een aantal akkerbouwers op, zoals van de bloembollentelers Hulsebosch uit Schagerbrug. Zij zaaien al 30 jaar groenbemesters omdat het goed is voor de bodem. Ze maken nu gebruik van een speciale mix die uit verschillende soorten bestaat. Uit zeven families, vlinderbloemigen, kruisbloemigen, grasachtigen en andere families.

Mengsel

Cock Hulsebosch denkt dat een mengsel beter werkt omdat de verschillende planten en het bodemleven elkaar versterken. Elke soort heeft een andere beworteling. Zo wortelen kruisbloemigen dieper en leveren vlinderbloemigen meer stikstof. Hulsebosch zaait het merendeel van de groenbemesters (80%) al in juli, de rest in augustus. Hij laat het gewas zeven weken staan waarna het gehakseld wordt of hij gaat er met de schijfeg doorheen.

Ook akkerbouwer Jacob Branderhorst uit Eethen gebruikt mengsels van groenbemesters in combinatie met niet-kerende grondbewerking. De groenbemesters, die de bodem op de rivierklei in de winter bedekt houden, zorgen ervoor dat de bodem mooi van structuur blijft, zegt hij. Hij raadt het gebruik van groenbemesters af waarvan de resten in het voorjaar ondergewerkt moeten worden. Op zwaar afslibbare grond levert grondbewerking meer structuurschade op dan de groenbemesters opleveren. 

Keuze

Akkerbouwer Adriaan Vos in de Noordoostpolder is ook overtuigd van de rol van groenbemesters. De kwaliteit van de bodem neemt jaar op jaar toe, stelt hij. Ook hij combineert groenbemesters met niet-kerende grondbewerking en gebruikt mengsels. Hij denkt dat de bodem niet door een plantensoort gevoed kan worden. Bodemleven en schimmels hebben variatie nodig, zegt hij. Hij ervaart de toepassing van groenbemesters als een leerproces. Het is zoeken welke groenbemester je na welke teelt kunt gebruiken. Gele mosterd kun je in oktober niet meer inzaaien, maar rogge kun je nog in november inzaaien bijvoorbeeld.

In het artikel 'Groenbemesters: maak de juiste keuze' gaat het vakblad in op de mogelijkheden van verschillende groenbemesters zoals gele mosterd, bladrammenas, winterrogge, Japanse haver of afrikaantjes. De gewassen laten veel verschillen zien voor wat betreft zaaitijdstip, winterhardheid, of het effect op ziekten en plagen. Zo vermeerderen sommige aaltjes zich op bladrammenas of gele mosterd, terwijl Afrikaantjes een sterk onderdrukkend effect hebben op het wortellesieaaltje. In tabellen vindt je de effecten van de verschillende groenbemesters op aaltjes, tabaksratelvirus, bodemschimmels en bodeminsecten.

(Gele mosterd, Bron foto: Jan Nijman)